MENU

Handelt bestuurder stichting in strijd met statuten? Verzoek rechter om schorsing!
07-07-2017

In tegenstelling tot een besloten vennootschap of een vereniging hebben de meeste stichtingen slechts één orgaan; het bestuur. Het bestuur heeft de leiding en vertegenwoordigt de stichting. Bij een stichting zonder toezichthoudend orgaan is het bestuur geen rekening en verantwoording aan anderen schuldig. Wat nu als een bestuurder van een stichting wanbeheer pleegt of in strijd handelt met de wet of statuten? Verzoek de rechter om de bestuurder te schorsen, dan wel te ontslaan. 

Schorsing bestuurder Stichting Loterijverlies terecht

In een recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (JOR 2017/157) bepaalde de rechter dat de rechtbank terecht:

  1. de bestuurder van de Stichting Loterijverlies heeft geschorst omdat er een gerechtvaardigd vermoeden bestond dat hij in strijd met de statuten handelde,
  2. een tijdelijk statutair bestuurder heeft benoemd. 

De feiten waren als volgt. 

Loterijverlies B.V. heeft de Stichting Loterijverlies opgericht. Deze stichting wenste als belangenbehartiger op te treden bij het instellen van een rechtsvordering tegen de Staatsloterij. Dit omdat de Staatsloterij in het verleden winnende loten niet uitsluitend trok uit verkochte loten, maar ook uit niet-verkochte loten. 

De gedupeerden betaalden voor het instellen van deze vordering €25,- inschrijfgeld aan Loterijverlies B.V., waarbij werd overeengekomen dat zij 15% van de eventueel toe te wijzen schadevergoeding aan Loterijverlies B.V. zouden afdragen. Uit de overeenkomsten met de gedupeerden blijkt dat zij een overeenkomst met zowel Loterijverlies B.V. als met de Stichting Loterijverlies zijn aangegaan. Loterijverlies B.V. zond op een later moment echter een brief aan de gedupeerden waarin zij aangaf dat zij nog slechts met Loterijverlies B.V. te maken zouden hebben.

Reden van schorsing bestuurder: wegsluizen inschrijfgelden

De enig uiteindelijk aandeelhouder van Loterijverlies B.V. is ook enig aandeelhouder van twee buitenlandse vennootschappen. Deze vennootschappen verzonden aan Loterijverlies B.V. facturen voor onvoldoende gespecificeerde werkzaamheden voor een totaal bedrag van EUR 2,8 miljoen. De inschrijfgelden van de gedupeerden zijn via deze twee buitenlandse vennootschappen verdwenen.

Vervolgens hebben de gedupeerden als belanghebbenden bij voorlopige voorziening verzocht om de bestuurder van de Stichting Loterijverlies te schorsen voor de duur van de behandeling van het verzoek tot het ontslag van de bestuurder en een tijdelijk onafhankelijk bestuurder te benoemen. Dit verzoek is door de rechtbank toegewezen en deze beslissing is in het door de geschorste bestuurder ingestelde hoger beroep door het gerechtshof bevestigd. 

Bestuurder handelde in strijd met statuten

Het gerechtshof diende te beoordelen of er sprake was van een gerechtvaardigd vermoeden dat de voormalige statutair bestuurder in strijd had gehandeld met de statuten van de stichting en of de door de rechtbank getroffen voorlopige voorziening gerechtvaardigd was.

Volgens artikel 2 van haar statuten heeft Stichting Loterijverlies tot doel om in en buiten rechte de belangen te behartigen van de gedupeerden van kansspelen en alle handelingen te verrichten die daartoe dienstig zijn. Stichting Loterijverlies is in het nastreven van haar doel echter volledig financieel afhankelijk van Loterijverlies B.V. en nu zij een gedeelde verantwoordelijkheid als opdrachtnemer van de gedupeerden heeft, rust op haar de statutaire taak er voor te waken dat het bestuur van Loterijverlies B.V. zich niet schuldig maakt aan financieel wanbeleid en daartegen op te treden als daarvan (mogelijk) sprake is. 

De financiële transacties van Loterijverlies B.V. die de gedupeerden aan hun verzoek ten grondslag hebben gelegd, geven volgens het gerechtshof, mede gelet op de door gedupeerden niet zonder meer vertrouwenwekkende vennootschapsstructuur, aanleiding om te vermoeden dat er sprake is van een met de statuten van Stichting Loterijverlies strijdig financieel beheer. 

Dat vermoeden is door Loterijverlies B.V. volgens het gerechtshof onvoldoende ontkracht en daarmee acht het gerechtshof de beslissing van de rechtbank om de bestuurder van Stichting Loterijverlies te schorsen en een onafhankelijke tijdelijk bestuurder te benoemen (met de opdracht om nader onderzoek te doen) juist. 

Twijfelt u als belanghebbende van een stichting over het door het bestuur gevoerde beleid? 

Neemt u gerust contact op met mij of een van de andere ondernemingsrechtspecialisten van RWV Advocaten als u een vermoeden heeft dat de bestuurder wanbeheer pleegt of in strijd met de statuten handelt. 

© 2017 RWV