MENU

Breaking news: faillissement van de vof heeft niet altijd automatisch het faillissement van de vennoten tot gevolg!
11-02-2015

De Hoge Raad komt in zijn arrest van 6 februari 2015 terug van zijn vaste rechtspraak en daarin gevormde oude regel (sinds arrest van 14 april 1927!) dat het faillissement van een vennootschap onder firma (vof) altijd en noodzakelijkerwijs tot gevolg heeft dat de vennoten van de vof eveneens in staat van faillissement worden verklaard. Wat heeft de Hoge Raad hiertoe doen besluiten?

Vermelding naam en woonplaats vennoten geen reden tot faillietverklaring

De Faillissementswet bepaalt slechts dat de aangifte tot faillietverklaring van een vof ook de naam en de woonplaats van de vennoten moet inhouden. Hieruit kan volgens de Hoge Raad evenwel niet worden afgeleid dat een faillissement van de vof altijd en automatisch het faillissement van de vennoten tot gevolg heeft.

Geen rechtspersoonlijkheid. Wel faillissement.

Een vof heeft geen rechtspersoonlijkheid, maar heeft wel een (van de vermogens van de afzonderlijke vennoten) afgescheiden vermogen en kan wel in staat van faillissement worden verklaard. De schuldeisers van de vof kunnen zich met voorrang boven de privéschuldeisers van de afzonderlijke vennoten op het afgescheiden vermogen van de vof verhalen. Alle afzonderlijke vennoten van een vof zijn evenwel ook hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vof. Dit houdt in dat die verbintenissen van de vof ook op de vennoten persoonlijk rusten en dat de schuldeisers van de vof daarom ook hun vorderingen op het privévermogen van de vennoten kunnen verhalen. 

Geen noodzakelijk gevolg

Het faillissement van de afzonderlijke vennoten van de vof zal in de meeste gevallen onontkoombaar zijn op het moment dat de vof niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen en zij is opgehouden te betalen. Dit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs het geval te zijn. Zo is het denkbaar dat een vennoot, in tegenstelling tot de vof zelf, voldoende (privé)vermogen heeft om zowel de schuldeisers van de vof als zijn privéschuldeisers te voldoen. De Hoge Raad oordeelt dat ook als deze vennoot bepaalde vorderingen niet voldoet, dit nog niet betekent dat de vennoot in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. 

Afzonderlijke vorderingen en daarmee samenhangende verweermiddelen

Nu de vof een afgescheiden vermogen heeft, dienen de vorderingen van de schuldeisers op de vof en op de vennoten als afzonderlijke vorderingen te worden beschouwd. Deze afzonderlijke vorderingen kunnen onafhankelijk van elkaar worden ingesteld en verhaald. Het is in verband daarmee mogelijk dat een vennoot een aan hem persoonlijk toekomend verweermiddel (bijvoorbeeld een tegenvordering) kan aanvoeren tegen de vordering van de aanvrager van het faillissement of van andere schuldeisers. 

Schuldsaneringsregeling (WNSP)

Ook de invoering van de schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen heeft naar het oordeel van de Hoge Raad tot gevolg dat de oude regel niet zonder meer kan worden gevolgd. De toepassing van de schuldsaneringsregeling staat immers open voor natuurlijke personen met zakelijke schulden. Dat brengt met zich mee dat vennoten (natuurlijke personen) die een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling hebben ingediend, niet automatisch failliet verklaard dienen te worden op het moment dat het faillissement van de vof wordt uitgesproken. 

Ook de bevoegdheid van de rechtbank is van belang

Uit Europese rechtspraak volgt daarnaast dat de rechter ten aanzien van elke schuldenaar afzonderlijk dient te bepalen of hem internationale bevoegdheid toekomt om een insolventieprocedure te openen. De regel dat een faillissement van de vof altijd en automatisch het faillissement van de vennoten tot gevolg zou hebben, is volgens de Hoge Raad daarmee niet te verenigen op het moment dat de vof in Nederland is gevestigd en de vennoten in een andere lidstaat of andere lidstaten wonen. 

De oude regel in strijd met het recht op een eerlijk proces?

Tot slot staat de oude regel naar het oordeel van de Hoge Raad op gespannen voet met de beginselen die volgen uit artikel 6 EVRM, het recht op een eerlijk proces. Volgens de oude regel zou een vennoot immers in privé failliet kunnen worden verklaard, zonder dat dit ook ten aanzien van hem afzonderlijk is verzocht en zonder dat door de rechter is onderzocht of hij ook in privé in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. 

Faillissement afzonderlijke vennoten

Voornoemde afwegingen van de Hoge Raad hebben ertoe geleid dat hij van de oude regel is afgeweken. Als een schuldeiser niet alleen het faillissement van de vof maar ook dat van de afzonderlijke vennoten wil verzoeken, zal de schuldeiser dat vanaf nu dan ook in zijn verzoekschrift uitdrukkelijk dienen te verzoeken. De rechter dient alsdan te onderzoeken of ook ten aanzien van de vennoten afzonderlijk aan de voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan. 

Meer weten?

Wij adviseren u over alle aspecten van een faillissementsaanvraag en begeleiden u bij het indienen ervan. Tevens adviseren wij u ook over het verweren tegen een faillissementsaanvraag. Neem gerust contact op met mij of één van de andere specialisten Insolventierecht, dan bekijken we samen hoe we u het beste van dienst kunnen zijn.

BRON: HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251

© 2022 RWV