MENU

Grenzen aan het handelen van de curator staan niet alleen in de wet
03-01-2017

Blijft een curator binnen de grenzen van de (Faillissements-)wet, dan kan hij niettemin aansprakelijk zijn voor de door zijn handelen aangerichte schade. Belangrijke punten zijn alleen; wanneer handelt de curator en in wiens belang?

De casus

In deze zaak werd een faillietverklaring in hoger beroep vernietigd. De situatie die nu in kort geding voorlag, was dat de curator eigendommen van de gefailleerde had verkocht en geleverd. Dat had hij gedaan ná het arrest, waarbij het vonnis van faillietverklaring is vernietigd, maar vóór het in kracht van gewijsde gaan van dit arrest. In dit kort geding vordert de schuldenaar (de voormalige failliet) afgifte van de haar in eigendom toebehorende zaken.

Handelingen curator blijven geldig en bindend bij vernietigd faillissement

Op grond van artikel 13 Faillissementswet blijven handelingen van de curator tijdens een later vernietigd faillissement geldig en verbindend voor de schuldenaar. Die uitspraak tot vernietiging moet onherroepelijk zijn, voordat de bevoegdheid van de curator eindigt. Deze curator verkocht en leverde tussen de uitspraak tot vernietiging en de termijn waarop die uitspraak onherroepelijk werd. De schuldenaar beklaagde zich over dit handelen, nu de curator toch wist dat de faillietverklaring zou eindigen. De Hoge Raad begrijpt de schuldenaar wel. Maar wet is en wet en goederenrechtelijk kon de schuldenaar de eigendommen niet terugvorderen. 

Curator moet blijven handelen in het belang van schuldenaar

Op het eerste gezicht lijkt deze uitspraak van de Hoge Raad gunstig voor het gemoed van de curator; die mag toch immers de zaken van de schuldenaar blijven verkopen, zelfs na vernietiging van het faillissement (tot het in kracht van gewijsde gaan van de vernietiging)? Nee, dat is niet de lering die we uit deze uitspraak moeten trekken. Als we namelijk naar de conclusie van Advocaat-Generaal(AG) mr. Hartlief kijken, blijkt dat de curator in dergelijke gevallen wel degelijk voorzichtig moet zijn. Het middel in deze zaak trof geen doel; maar een middel van andere aard had het wellicht wél kunnen halen. Dat zit als volgt in elkaar. Na een uitvoerige analyse van het stelsel van artikel 13 en 15 Faillissementswet en de toelichtingen daarop, komt de AG tot de conclusie dat m.b.t. de goederenrechtelijke werking de eigendom van de goederen van [eiseres] in casu door het handelen van de curator inderdaad is overgegaan op de verkrijger daarvan. Echter: als de curator verkoopt terwijl dit niet in het algemeen belang en het belang van de boedel respectievelijk de schuldenaar is, loopt hij wel het risico aansprakelijk te worden gesteld voor de daaruit voortvloeiende schade.

Handelt de curator goederenrechtelijk of verbintenisrechtelijk?

Goederenrechtelijk is het systeem van artikel 13 en 15 Faillissementswet sluitend, verbintenisrechtelijk blijft een curator echter verantwoordelijk voor zijn handelen. In het onderhavige geval is de AG van mening dat de curator die taak heeft nagelaten. Zo stelde de AG: “Dat klemt nog meer nu de faillietverklaring nota bene was vernietigd, maar de vernietiging nog geen kracht van gewijsde had verkregen”. De aanvragers van het faillissement hadden in dit geval belang bij de beschikkingshandelingen van de curator en aan enkele van hen zijn ook daadwerkelijk goederen uit de faillissementsboedel verkocht. Als er in de onderhavige zaak dus was gesteld dat de curator verbintenisrechtelijk aansprakelijk was wegens verwijtbaar handelen in strijd met algemeen belang en boedelbelang, zou de schuldenaar meer kansen hebben gehad.  

Meer informatie?

Wilt u weten of u in uw specifieke geval wordt benadeeld door de curator of heeft u vragen over het onderwerp in het algemeen? Neem gerust contact met mij op of een van de overige insolventierechtadvocaten.

© 2017 RWV