MENU

Gemakkelijker voor schuldeisers om bestuurders aansprakelijk te stellen op grond van onrechtmatige daad
09-03-2017

Vennootschappen worden soms bestuurd door andere vennootschappen, maar uiteindelijk zijn het altijd één of meer personen die aan de touwtjes trekken. Door een recent arrest van de Hoge Raad is het aanspreken van deze bestuurders gemakkelijker geworden voor schuldeisers. 

Aansprakelijkheid bij rechtspersonen

In de wet is een artikel opgenomen, waarin staat dat als een bestuurder-rechtspersoon aansprakelijk is, ook de uiteindelijke bestuurders van die rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk zijn. Algemeen werd aangenomen dat dit artikel gold voor bestuurdersaansprakelijkheid, bijvoorbeeld in procedures die door de curator worden aangespannen.

Minder duidelijk was of dit artikel ook van toepassing was voor aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad op basis waarvan schuldeisers schadevergoeding kunnen vorderen. In de literatuur werd daar verschillend over gedacht.

Aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad

In de procedure die aanleiding gaf tot het arrest van 17 februari jl. ging het om een leverancier die druiven had geleverd aan een vennootschap die als commissionair optrad. De leverancier ontdekte dat de commissionair valse gegevens had verstrekt over de opbrengsten en de kosten. Toen de leverancier de commissionair in rechte betrok, ging de commissionair failliet. De leverancier stelde vervolgens de bestuurder-holdingvennootschap én haar beide bestuurders aansprakelijk voor de door haar geleden schade.

Rechtbank en Hof oordeelden dat de bestuurder-holdingvennootschap aansprakelijk was op grond van onrechtmatige daad en vervolgens dat ook de bestuurders aansprakelijk konden worden gehouden, mits hen van de onrechtmatige gedragingen een persoonlijk verwijt kon worden gemaakt.

De Hoge Raad heeft nu bevestigd dat het mogelijk is om de uiteindelijke bestuurders aansprakelijk te houden voor de onrechtmatige gedragingen van de bestuurder-rechtspersoon. 

Bestuurder moet bewijzen dat hem géén verwijt valt te maken

De Hoge Raad heeft bovendien duidelijk gemaakt dat de bewijslast, om alsnog aan die aansprakelijkheid te ontkomen, op de bestuurder rust en dus niet op de eisende schuldeiser, zoals de rechtbank en het hof hadden geoordeeld. Een belangrijk voordeel voor de schuldeisers!

Zo had het hof in deze zaak geoordeeld dat de leverancier onvoldoende had onderbouwd waarom één van de bestuurders een persoonlijk verwijt viel te maken. Volgens het hof was deze bestuurder daarom niet aansprakelijk.

De Hoge Raad oordeelt nu echter dat aansprakelijkheid het uitgangspunt is en dat de bestuurder moet aantonen waarom hem persoonlijk géén ernstig verwijt kan worden gemaakt van de onrechtmatige gedragingen van de aansprakelijke bestuurder-rechtspersoon. De bewijslast en daarmee het bewijsrisico ligt nu dus bij de bestuurder.

Gemakkelijker voor schuldeisers om bestuurders aansprakelijk te stellen

Het is voor u als schuldeiser dus gemakkelijker geworden om bestuurders aan te spreken die hebben meegewerkt aan onrechtmatige gedragingen. Vraagt u zich af of u wellicht met succes een bestuurder kunt aanspreken, of wordt u juist als bestuurder aangesproken, dan kunnen wij u adviseren over de (on)mogelijkheden.

Heeft u vragen over bestuurdersaansprakelijkheid, neemt u dan contact op met mij of één van de andere insolventiespecialisten.

Uitspraak: HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:275 

© 2017 RWV