MENU

Als accountant kunt u alle stukken onder u houden met een beroep op het retentierecht, of toch niet?
28-06-2017

Als accountant heeft u vast weleens te maken gehad met een klant die u maar niet betaalt. Gelukkig heeft u de stukken nog die de klant bij u heeft achtergelaten om de jaarrekeningen op te stellen. Ook de door u opgestelde jaarrekening heeft u nog niet aan de klant gegeven. De klant heeft al die stukken hard nodig om voor de deadline van de Belastingdienst aan zijn eigen verplichtingen te kunnen voldoen en wil die graag terug omdat hij anders in de problemen komt. Dat is mooi denkt u. Die stukken krijgt hij pas terug als hij alles heeft betaald. Maar mag dat wel?

Het retentierecht

Het wettelijk recht om die stukken (of andere zaken) niet terug te geven, zolang niet aan de verplichtingen is voldaan, wordt in de juridische taal aangeduid met de term “retentierecht”. Dit is in boek 3 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen in artikel 290. Daar staat het als volgt omschreven: “de bevoegdheid die in de bij de wet aangegeven gevallen aan een schuldeiser toekomt, om de nakoming van een verplichting tot afgifte van een zaak aan zijn schuldenaar op te schorten totdat de vordering wordt voldaan”. Het is dus eigenlijk een bijzonder soort opschorting. Maar dat maakt het voor u waarschijnlijk niet veel duidelijker. Wanneer kunt u nu een beroep doen op het retentierecht? Wat zijn de voor- en nadelen van een dergelijk beroep en zijn er ook valkuilen?

De vereisten voor een beroep op het retentierecht

Er zijn een aantal vereisten om een beroep te kunnen doen op het retentierecht. De belangrijkste is dat er een overeenkomst tussen partijen is en dat u de afgesproken werkzaamheden conform de overeenkomst heeft uitgevoerd. Voor die werkzaamheden heeft u een factuur gestuurd en betaling daarvan is uitgebleven. Het is niet noodzakelijk dat er al een sommatie is gestuurd voor de onbetaald gelaten factuur. Natuurlijk moet u de stukken in uw macht hebben en moeten de stukken verband houden met de overeenkomst. Er dient ook een verplichting te zijn om de stukken weer terug te geven aan uw klant. In juridische termen:

  • er dient sprake te zijn van een opeisbare vordering
  • er dient een verplichting tot afgifte van een zaak van een ander te zijn. Die zaak dient in uw macht te zijn
  • er wordt niet, of niet behoorlijk nagekomen
  • er dient een samenhang te zijn tussen de vordering en de verplichting tot afgifte van de zaak.

Daarnaast kan het in strijd met de redelijkheid en de billijkheid zijn om het retentierecht uit te oefenen. Er zal dus altijd een belangenafweging moeten worden gemaakt.

Hoe zit het bij accountants?

Voor accountants zijn deze vereisten nader ingevuld. Zo blijkt uit vaste jurisprudentie dat een accountant enkel de stukken die hij zelf heeft gemaakt en bewerkt onder zich mag houden met een beroep op het retentierecht (zie bijvoorbeeld Rb ’s-Hertogenbosch 2009: BK 4645). Van een relevante bewerking is sprake als door de bewerking een meerwaarde is aangebracht aan de opgestelde stukken. Bovendien moet een accountant altijd een goede afweging maken op grond van de zorgplicht. De algemene norm is dat een accountant de zorgvuldigheid in acht moet nemen “die van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot in soortgelijke omstandigheden mag worden verwacht”. Die verwachtingen worden mede, maar niet alleen, ingekleurd door de gedrags- en beroepsregels. Dit is ook weer erg afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Als de debiteur bijvoorbeeld ernstige schade kan lijden doordat hij niet de beschikking heeft over de opgestelde stukken, of als er een erg korte termijn wordt gesteld waarbinnen betaald moet worden, kan het ertoe leiden dat een accountant zijn retentierecht op een onaanvaardbare manier toepast.

Uit een recente uitspraak van de accountantskamer (AK 22 april 2016, nummers 15/2576 en 15/2768) is gebleken dat deze vereisten ook gelden voor personen die niet werkzaam zijn bij een accountantsorganisatie, maar bijvoorbeeld in privé accountantswerkzaamheden verrichten (zgn. niet openbare accountants). Ook een niet-openbaar accountant kan dus niet zomaar stukken achterhouden. 

De voor- en nadelen voor de accountant

Door stukken achter te houden, die belangrijk zijn voor de debiteur, wordt de druk om te betalen opgevoerd. Het is dus een goed pressiemiddel om de debiteur tot betaling te bewegen. Het is niet relevant of de debiteur wil betalen, het gaat erom dat hij betaalt. Een mededeling is in beginsel niet noodzakelijk, maar het niet doen van een mededeling kan gelet op de omstandigheden van het geval wel in strijd zijn met de redelijkheid en de billijkheid. Voor een beroep op het retentierecht is de tussenkomst van de rechter niet noodzakelijk. Er is dus geen dure rechtsgang nodig. Aan de andere kant kan een verkeerde inschatting en een onterecht beroep op het retentierecht mogelijk leiden tot tuchtrechtelijke klachten en schadeclaims.

Beroep doen op het retentierecht?

Om op de eerste vraag terug te komen, de originele stukken van de klant dient u altijd terug te geven. De stukken die u zelf heeft opgesteld en bewerkt mag u achterhouden, mits er een meerwaarde is gecreëerd en er een zorgvuldige belangenafweging is gemaakt. De stukken dient u wel in uw macht te hebben. Hou de stukken dus onder u. In beginstel hoeft u daar geen mededeling van te doen, maar dit is wel aan te raden. U voert daardoor ook de druk op. Op het moment dat er is betaald, dient u de stukken direct te overhandigen, want het retentierecht bestaat slechts totdat de vordering wordt voldaan. Al met al is het een complex vraagstuk, waar de omstandigheden van het geval, wetgeving, relevante gedragscodes en beroepsregels bij elkaar komen. Laat u dus goed adviseren voordat u besluit om stukken achter te houden met een beroep op het retentierecht. Wij staan u daar uiteraard graag in bij en zorgen dat uw vordering wordt geïncasseerd

Oorspronkelijke auteur: Arthur van der Klugt, sinds medio november 2017 niet meer werkzaam bij RWV Advocaten.

© 2017 RWV