MENU

Afnemer failliet en geen eigendomsvoorbehoud? Beroept u zich op het recht van reclame
09-03-2018

Als leverancier staat u in het faillissement van uw afnemer vaak met lege handen. Slechts in een enkel faillissement wordt aan de ‘gewone’ schuldeisers uitgekeerd. Het is u als leverancier dan ook sterk aan te raden om een eigendomsvoorbehoud te bedingen, zodat u onbetaalde zaken als uw eigendom terug kunt claimen in geval van faillissement. Heeft u geen eigendomsvoorbehoud afgedongen, doe dan een beroep op het recht van reclame. 

Inkoopvoorwaarden V&D lieten geen eigendomsvoorbehoud toe

Als leverancier bent u niet altijd in de positie om een eigendomsvoorbehoud te eisen. Dit gold onder andere voor leveranciers aan V&D. V&D eiste in haar inkoopvoorwaarden dat de eigendom na levering direct overging. Een eigendomsvoorbehoud werd niet geaccepteerd. Zoals bekend, is het met V&D niet goed afgelopen. De leveranciers hadden dus geen eigendomsvoorbehoud, maar konden in sommige gevallen nog wel een beroep doen op het recht van reclame.

Recht van reclame

Het recht van reclame is een wettelijk recht en hoeft u dus niet te bedingen en kan ook niet worden weggecontracteerd. Het houdt in dat u goederen die onbetaald zijn gebleven onder bepaalde voorwaarden kunt terugeisen. Dit kan binnen zes weken nadat de vordering opeisbaar is geworden of binnen zestig dagen na levering. De langste termijn geldt.

Wanneer werd de vordering opeisbaar bij V&D?

In het faillissement van V&D was er een leverancier van beddentextiel. Deze leverancier deed een beroep op het recht van reclame. Dit leidde tot een procedure bij de Rechtbank Amsterdam. Er ontstond ten eerste discussie over de vraag wanneer de vordering opeisbaar was geworden. In principe geldt dat betaling moet geschieden ten tijde van de aflevering. Echter daarvan kan worden afgeweken. En zo ook in deze procedure. V&D betaalde altijd pas na 90 dagen en de leverancier was daarmee akkoord en dus oordeelde de rechtbank dat de vordering pas drie maanden na levering opeisbaar werd. Dit betekende dat de leverancier in principe het recht van reclame kon inroepen voor alle goederen die hij in die drie maanden aan V&D had geleverd en die onbetaald waren gebleven.

Oneigenlijke vermenging van betaalde en onbetaalde zaken

Vervolgens ontstond een andere discussie die betrekking had op de identificeerbaarheid van deze zaken. In de voorraad van V&D waren weliswaar producten van de leverancier aanwezig, maar die waren niet allemaal onbetaald. Zo stond in de procedure vast dat de leverancier van een bepaald product 444 stuks niet betaald had gekregen, terwijl er in de voorraad nog 517 aanwezig waren. De voorraad bestond dus uit identieke betaalde en onbetaalde producten. Aangezien de leverancier een beroep deed op het recht van reclame, diende de leverancier in principe te bewijzen welke producten onbetaald waren gebleven; een onmogelijke opgave.

Rechtbank Amsterdam: bewijs first in first out voldoende om producten op te eisen

De rechtbank kwam de leverancier echter tegemoet door te oordelen dat de leverancier mocht bewijzen dat ten aanzien van de voorraad een first in first out-beleid werd gehanteerd. Als de leverancier in dat bewijs slaagt, dan mag de leverancier 444 willekeurige producten opeisen, omdat dan aannemelijk is dat zich in de voorraad de onbetaalde producten bevinden, ook al is niet zeker welke dat precies zijn.

Verschil met Texeira de Mattos-arrest

Deze uitspraak is opmerkelijk. Vanwege een oud arrest, Texeira de Mattos geheten, werd meestal aangenomen dat in dit soort gevallen van ‘oneigenlijke vermenging’ het bewijs niet te leveren valt en de leverancier achter het net vist. Eén verschil is echter dat in het Texeira de Mattos-arrest niet bewezen kon worden dat zich in de voorraad überhaupt enige producten bevonden die eigendom van de andere partij waren. Dat kan hier wel, mits de leverancier maar in zijn first in first out-bewijs slaagt. Als hij dat eenmaal kan bewijzen, dan is dat volgens de rechtbank genoeg en hoeft hij niet ook nog op stuksniveau een onmogelijk bewijs te leveren. Een redelijke uitkomst die hoop biedt voor leveranciers in faillissementsituaties.

Vragen over eigendomsvoorbehoud en het recht van reclame in faillissementen?

Voor vragen over het eigendomsvoorbehoud, het recht van reclame en andere manieren om u in te dekken tegen debiteuren in financiële moeilijkheden kunt u bij mij terecht of bij een van onze andere insolventierechtspecialisten.  

Uitspraak: Rechtbank Amsterdam 8 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:8185 

Oorspronkelijke auteur: Klaartje Beerlage (niet langer werkzaam bij RWV Advocaten)

© 2018 RWV