MENU

Nieuwe uitzonderingen op pensioenverrekening met WW-uitkering
24-07-2018

Zodra een werknemer in aanmerking komt voor een WW-uitkering en tevens inkomsten geniet vanuit een ouderdomspensioen, denk bijvoorbeeld aan deeltijd- en/of vroegpensioen, dan is het goed mogelijk dat de pensioenuitkeringen in mindering worden gebracht op de WW-uitkering. 

Met ingang van 1 mei 2018 is het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten gewijzigd en zal het in meer situaties mogelijk zijn dat de uitkeringsgerechtigde zijn volledige WW-uitkering behoudt.

Verrekening pensioeninkomsten met WW-uitkering

Bij het vaststellen van de hoogte van de WW-uitkering worden de inkomsten uit het ouderdomspensioen in principe volledig in mindering op de WW-uitkering gebracht. De reden om de pensioenuitkering te verrekenen met de WW-uitkering is volgens de Minister van Sociale Zaken gelegen in het feit dat op deze manier voor de uitkeringsgerechtigde een financiële prikkel blijft bestaan om het werk weer te hervatten.

Oude situatie: twee uitzonderingen op pensioenverrekening met WW-uitkering

Op de hoofdregel dat het pensioeninkomen in mindering strekt op de WW-uitkering gelden twee uitzonderingen.

  1. Het ouderdomspensioen wordt niet verrekend met de WW-uitkering op het moment dat de werknemer deeltijdpensioen ontvangt dat samenhangt met dezelfde (resterende) dienstbetrekking. Het gaat hier om de situatie waarin een werknemer tijdens zijn dienstverband heeft besloten een gedeelte van zijn werktijd in te ruilen voor prepensioen.
  2. De pensioenuitkering die voortvloeit uit een naastgelegen (parallelle) dienstbetrekking strekt niet in mindering op de WW-uitkering. De hoogte van de WW-uitkering is immers alleen gebaseerd op het loon uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden.

Nieuwe situatie: twee nieuwe uitzonderingen op pensioenverrekening met WW-uitkering

In de nieuwe situatie blijft de eerste uitzondering bestaan en wordt deze aangevuld met twee nieuwe uitzonderingen.

  1. Een ouderdomspensioen dat al wordt uitgekeerd voorafgaand aan de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden, wordt niet verrekend met de WW-uitkering. Dus in de situatie waarin de werknemer reeds een pensioenuitkering ontvangt vóórdat hij in- en uit dienst treedt van  zijn nieuwe werkgever, zal bij de vaststelling van de hoogte van de WW-uitkering geen rekening worden gehouden met de pensioenuitkering.
  2. Het ouderdomspensioen dat reeds op de WW-uitkering in mindering is gebracht mag niet nogmaals verrekend worden met een ‘volgende’ WW-uitkering. De reden hiervoor is dat het onbillijk wordt geacht om het ouderdomspensioen met meerdere WW-uitkeringen te verrekenen.

Met betrekking tot deze laatste uitzondering merkt de Minister van Sociale Zaken op dat deze ruim moet worden toegepast. Hiermee bedoelt hij dat deze uitzondering ook kan opgaan in een situatie waarin een werknemer geen (eerdere) WW-uitkering heeft aangevraagd – bijvoorbeeld omdat hij ervan uitging dat zijn pensioenuitkering in mindering zou strekken op de WW-uitkering -, maar daar op dat moment wel recht op zou hebben gehad. In dat geval zullen de pensioeninkomsten bij een volgende WW-aanvraag niet worden verrekend, omdat deze in principe in mindering gebracht hadden moeten zijn op de ‘eerste’ (niet aangevraagde) WW-uitkering. 

Om de laatstgenoemde uitzondering voor het UWV werkbaar te maken – aangezien niet alle WW-gerechtigden een WW-uitkering hebben aangevraagd -, zal het UWV een aanname gaan hanteren. Dit betekent dat het UWV zal nagaan of het ouderdomspensioen samenviel met het einde van de dienstbetrekking. Als het ouderdomspensioen binnen een termijn van twee maanden na afloop van die dienstbetrekking tot uitkering is gekomen, gaat het UWV er fictief vanuit dat de pensioenuitkering in mindering op de WW-uitkering zou zijn gebracht. Bij de ‘nieuwe’ WW-aanvraag zal in dat geval het ouderdomspensioen niet worden verrekend met de WW-uitkering.

Versoepeling geldt ook voor lopende WW-uitkeringen

De wijzigingen zijn met ingang van 1 mei 2018 in werking getreden. De nieuwe regelgeving geldt zowel voor de WW-uitkeringen die ingaan op of na 1 mei 2018, als voor reeds lopende WW-uitkeringen. Reden waarom het UWV de gevallen waarin sprake is van een samenloop van WW-uitkering en pensioeninkomsten opnieuw gaat beoordelen.

Communiceer zorgvuldig

Voor de praktijk is het van groot belang dat rekening wordt gehouden met de gewijzigde regelgeving en wordt nagegaan of één van de uitzonderingsgevallen opgaat. Zeker bij situaties waarin een beëindigingsregeling wordt getroffen, moet worden geïnventariseerd of de huidige of toekomstige pensioenuitkering invloed heeft op de WW-uitkering. Niet alleen de werknemer moet hier alert op zijn, maar u als werkgever (of uw adviseur) dient hier rekening mee te houden in uw informatievoorziening. 

Meer informatie over WW en pensioen?

Neem gerust contact met ons op. 

© 2021 RWV