MENU

Pluraliteit bij de faillissementsaanvraag
08-10-2018

Voor faillietverklaring gelden twee belangrijke voorwaarden: de aanvrager moet een vordering hebben en de schuldenaar moet hebben opgehouden te betalen. Voor dit laatste is nodig dat er meer dan één schuldeiser is. Pluraliteit genoemd. Is er maar één schuldeiser, dan kan die namelijk zelf verhaal zoeken en beslag leggen op het vermogen van de schuldenaar.

Schuldenaar die een faillissement wil voorkomen, kan beide voorwaarden bestrijden. 

  1. Hij betwist dat de aanvrager een vordering heeft. Dat is overigens vaak een risicovol verweer.  De rechter die de faillissementsaanvraag beoordeelt, hoeft namelijk niet vast te stellen dat de vordering bestaat, maar kan genoegen nemen met een lichte vorm van bewijs: de vordering moet aannemelijk zijn.
  2. De tweede voorwaarde biedt meer stof voor verweer. Met één schuldeiser gaat een schuldenaar niet failliet. Het moeten er minimaal twee zijn. 

    Nu is het in de moderne tijd zo dat elke ondernemer meer dan één schuldeiser heeft en overschrijdt hij bij meerdere van die schuldeisers de afgesproken betalingstermijn. Dat duidt niet persé op een faillissementstoestand. Het hebben van meer schuldeisers alleen is dan ook niet voldoende voor het uitspreken van een faillissement. 

Naast pluraliteit moet schuldenaar ook zijn gestopt met betalen

Het is vaste rechtspraak dat voor het uitspreken van een faillissement naast de pluraliteit van twee of meer schuldeisers ook moet komen vast te staan dat de schuldenaar daadwerkelijk is gestopt met het betalen van één of meer opeisbare schulden.
Hierover oordeelde de rechter dit jaar in een hoger beroep tegen een uitspraak van faillissement. In hoger beroep beoordeelt het gerechtshof de voorwaarden naar het moment van behandeling van het hoger beroep. Dat geeft de schuldenaar tussen het vonnis en de behandeling in hoger beroep dus nog tijd om de toestand te wijzigen. 

In deze casus had de schuldenaar dat gedaan door met al zijn schuldeisers een betalingsregeling te treffen, behalve met de aanvrager. De regeling werd getroffen onder de voorwaarde van de vernietiging van het faillissement. Het gerechtshof oordeelde bij de behandeling in hoger beroep dat er geen steunvorderingen meer bestonden en dus de toestand van opgehouden zijn te betalen was vervallen. 

Daar was de Hoge Raad het niet mee eens. Nu de andere schuldeisers op het moment van de behandeling nog altijd bestonden en de aanvrager een opeisbare vordering had, was nog wel degelijk aan de voorwaarde van pluraliteit voldaan. 
Wat het gerechtshof had moeten doen, was onderzoeken of door het treffen van de regeling de schuldenaar nog altijd was opgehouden te betalen. Daarover heeft nu een andere rechter geoordeeld dat inderdaad die toestand niet langer bestond door het treffen van die regeling. 

En de aanvrager? Die kan en moet buiten faillissement om maar zelf verhaal halen op het vermogen van de schuldenaar.

Meer weten over pluraliteit en andere voorwaarden voor een faillissementsaanvraag?

Wilt u een faillissement aanvragen of zich juist verweren tegen een faillissementsaanvraag, wij kunnen de haalbaarheid aan de hand van de voorwaarden inschatten en u adviseren. Neem gerust contact met mij op of een van de overige insolventierechtadvocaten

Gerelateerde uitspraak: Hoge Raad 25 mei 2018 

© 2018 RWV