MENU
curator, faillissement, crediteur, debiteur, boedel, aandeelhouders

Een boedeloverschot bij faillissement nog voordat alle vorderingen op derden zijn geïncasseerd
29-05-2020

Anders dan de rechtbank eerder oordeelde, oordeelde de Hoge Raad recent dat een curator, in het geval van een boedeloverschot nog voordat alle vorderingen op derden zijn geïncasseerd, alle geverifieerde vorderingen volledig moet voldoen. Het doel van het faillissement is op dat moment immers bereikt. Daarmee eindigt het faillissement en eindigen ook de taken van de curator. Het staat de curator in dat geval niet vrij om toch door te gaan met de vereffening en het te gelde maken van de overige activa ten behoeve van andere, niet geverifieerde schuldeisers of, in geval van een vennootschap, de aandeelhouders. 

Verzoek aan curator

Eerder schreef mijn collega Harjo Bakker het artikel: “Curator wikkelt faillissement niet af, ondanks voldoende geld in de boedel om crediteuren te betalen. Mag dat?” over deze procedure. Kort samengevat komt het hier op neer.

In 2015 is het faillissement van een BV uitgesproken. Eén van de aandeelhouders en tevens voormalig bestuurder van de vennootschap heeft, na het faillissement van de BV, zijn schuld aan de vennootschap voldaan. Door het ‘afbetalen’ van deze schuld, beschikt de boedel over voldoende middelen om de boedelkosten en de geverifieerde schuldeisers te voldoen. Gelet op het bovenstaande hebben twee andere aandeelhouders en tevens bestuurders van de vennootschap – die hun schulden nog niet hebben voldaan aan de vennootschap – de rechter-commissaris verzocht om de curator te bevelen over te gaan tot beëindiging van het faillissement.  

Oordeel rechtbank: curator mag doorgaan om een zo hoog mogelijke opbrengst na te streven en hoeft faillissement nog niet te beëindigen

De rechtbank wijst het verzoek van de twee aandeelhouders en tevens bestuurders af. De rechtbank merkt daarbij op dat de curator bij het dienen van het belang van de boedel een zo hoog mogelijke boedelopbrengst nastreeft, met als doel ieders vordering tot een zo hoog mogelijk bedrag te voldoen. Zo oordeelt de rechtbank onder andere “Ook wanneer de geverifieerde schulden volledig kunnen worden voldaan, geldt dat eventueel resterende baten ter beschikking van de failliet staan. In beginsel zal de failliet daaruit dan de niet geverifieerde schulden dienen te voldoen”. Gelet op het bovenstaande meent de rechtbank “dat de curator ook in dit geval alle activa te gelde dient te maken, gelet op de belangen van de concurrente schuldeisers, eventuele andere (niet geverifieerde) schuldeisers en de aandeelhouders na afwikkeling van het faillissement.” Afwikkeling van het faillissement en daarmee het staken van het incasseren van de vorderingen op derden, zou volgens de rechtbank leiden tot een selectieve inning van debiteuren, wat niet in het belang van de schuldeisers en (alle) aandeelhouders zou zijn. 

Oordeel Hoge Raad: Kunnen alle geverifieerde schuldeisers (volledig) worden voldaan? Faillissement eindigt en ook beheers- en vereffeningstaak van curator

De twee aandeelhouders laten het er niet bij zitten en stappen naar de Hoge Raad. In cassatie staat onder andere de vraag centraal of een curator het faillissement dient te beëindigen zodra alle geverifieerde schuldeisers (tijdens de vereffening) volledig kunnen worden voldaan, of dat de curator door dient te gaan met de vereffening.  

De Hoge Raad wijst allereerst op het feit dat een faillissement van rechtswege eindigt als alle geverifieerde schuldeisers volledig zijn voldaan. De Hoge Raad is dan ook van oordeel dat de curator het doel van het faillissement heeft bereikt nadat er voldoende opbrengst is gerealiseerd om zowel de boedelkosten, als de geverifieerde vorderingen volledig te voldoen. Zodra de geverifieerde schuldeisers (volledig) zijn voldaan, eindigt het faillissement en daarmee de beheers- en vereffeningstaak van de curator, aldus de Hoge Raad.  

Daarnaast stelt de Hoge Raad dat uit de Faillissementswet blijkt dat de rechter-commissaris (volledige) uitdeling aan de geverifieerde schuldeisers, waarmee het faillissement ten einde zal zijn, moet bevelen als er voldoende middelen in de boedel aanwezig zijn. Het staat de curator dan ook niet vrij om, als de boedel toereikend is om de geverifieerde schuldeisers te voldoen, toch door te gaan met de vereffening en het te gelde maken van de overige activa ten behoeve van andere, niet geverifieerde schuldeisers of, in geval van een vennootschap, de aandeelhouders.

Het moge dan ook duidelijk zijn dat de curator in het geval van een boedeloverschot, nog voordat alle vorderingen op derden zijn geïncasseerd, alle geverifieerde vorderingen volledig dient te voldoen, waarna het faillissement kan worden beëindigd en daarmee ook de taken van de curator. 

Verkeert uw onderneming in moeilijkheden? Of doet u zaken met een onderneming die in zwaar weer verkeert of failliet is?

Aarzel niet om contact op te nemen met mij of een van mijn collega’s van insolventierecht.

© 2020 RWV