MENU

Concentraties in zorg(vastgoed) en Mededingingswet
01-07-2010

De Mededingingswet is gericht op het tegengaan van ongewenste economische effecten van concurrentiebeperkingen.

Het bestaat uit drie delen:

  1. Het kartelverbod (art. 6 Mw);
  2. Verbod op misbruik van economische machtspositie (art. 24 Mw);
  3. Toezicht op concentraties van ondernemingen (art. 27 Mw).

Deze bijdrage beperkt zich tot punt 3 en dan met name zorgvastgoed plaatsen in het kader van concentratietoezicht. 

Zorginstellingen moeten sinds 1 januari 2008 (voor een periode van 5 jaar) een concentratie bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) melden, indien:

  • de gezamenlijke omzet van de betrokken instellingen meer dan 5,5 miljoen euro bedraagt;
  • twee of meer van de betrokken instellingen ieder afzonderlijk in Nederland meer dan 10 miljoen euro omzet behalen;
  • twee van de betrokken instellingen ieder afzonderlijk meer dan 5,5 miljoen euro omzet uit zorgactiviteiten halen. 

Met zorgactiviteiten wordt bedoeld het verlenen van:

  • AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten)-zorg (art. 2 lid 1, 1-1 Besluit zorgaanspraken AWBZ;
  • Gezondheidszorg, zoals in ziekenhuizen, door huisartsen en apothekers (art. 10 Zorgverzekeringswet (Zw));
  • Huishoudelijke zorg, gefinancierd uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), zoals door thuiszorgorganisaties (art. 1h WMO).

Soorten concentraties

Er zijn drie soorten concentraties: fusies, overnames en een bepaald type joint ventures. Gekeken wordt naar wijzigingen in de zeggenschap binnen de betrokken ondernemingen; de mogelijkheid om beslissende invloed met betrekking tot de strategische en commerciële beslissingen van een onderneming uit te oefenen. 

Toestemming NMa

Ondernemingen die een concentratie boven de drempel tot stand willen brengen, moeten hun voornemen daartoe melden bij de NMa. De NMa moet binnen een termijn van vier weken na ontvangst van de melding de betrokken ondernemingen berichten of voor de concentratie al dan niet een vergunning is vereist. In de meldingsfase onderzoekt de NMa of er reden is om aan te nemen dat door de concentratie de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt, of een deel daarvan, op significante wijze zal worden belemmerd. Deze situatie doet zich met name voor bij het creëren of het versterken van een economische machtspositie. Is dat het geval, dan bericht de NMa de betrokken ondernemingen dat een vergunning vereist is en zal een vergunningaanvraag moeten worden ingediend. 

Op grond van art. 37, 4e en 6e lid Mededingingswet (Mw) is de bevoegdheid gecreëerd om in de meldingsfase door partijen voorgestelde remedies te accepteren. De meeste zorgfusies die de NMa heeft moeten beoordelen hadden betrekking op fusies tussen AWBZ-instellingen (m.n. thuiszorg, verpleeghuiszorg, verzorgingshuiszorg en zorg voor verstandelijk gehandicapten). 

Bijvoorbeeld

In de zaak Evean/Philadelphia/Woonzorg beoordeelt de NMa de voorgenomen concentratie op grond van de Richtsnoeren niet-horizontale fusies van de Commissie. Er was sprake van een verticale relatie tussen de verhuur van verzorgingshuizen en verpleeghuizen door de wooncorporatie Woonzorg Nederland enerzijds en het aanbieden van verzorgingshuiszorg en verpleeghuiszorg door Evean en Philadelphia anderzijds. 

De NMa kijkt dan in het bijzonder of partijen de mogelijkheid en de prikkel (zouden) hebben om de markt af te sluiten voor concurrerende instellingen en wat het effect daarvan zou zijn. 

De NMa stelt vast dat Woonzorg op een aantal regionale markten beschikte over een sterke positie op de betreffende verhuurmarkten. De fusiecombinatie zou daarmee een significante invloed kunnen uitoefenen op kwaliteit en prijs van de huisvesting van de concurrenten op de betreffende zorgmarkten die huren van Woonzorg. 

Aangezien zorginstellingen hun plannen voor renovatie en modernisering van het gehuurde vastgoed gewoonlijk bespreken met de verhuurder, zou de fusie er ook toe leiden dat Evean en Philadelphia inzicht zouden krijgen in de strategische vastgoedbewegingen van concurrerende instellingen. 

Bovendien werd aangenomen dat na de fusie de prikkel om te investeren in vastgoedprojecten voor Evean en Philadelphia groter zou zijn dan te investeren in vastgoed van concurrerende zorgaanbieders. 

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met mij of een van de andere mededingingsrechtspecialisten.

© 2020 RWV