MENU

Te verrekenen vermogen verkeerd belegd: helaas pindakaas
15-09-2015

Bent u op huwelijkse voorwaarden getrouwd en ligt u in scheiding? Heeft u samen gespaard, maar heeft een eventuele belegging of uitgaven door één van de partners negatief uitgepakt? Beroep u dan tijdig op benadeling.

Dé situatie: verkeerde belegging

Man en vrouw zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden en hebben samen tijdens hun huwelijk gespaard. Op grond van de huwelijkse voorwaarden zouden die gespaarde inkomsten jaarlijks moeten worden verrekend. Maar zoals het bijna alle echtparen vergaat, heeft ook in deze zaak geen jaarlijkse afrekening plaatsgevonden. Het privé gespaarde vermogen bedroeg maar liefst € 360.500,- en was gestald op een gemeenschappelijke bankrekening waartoe de vrouw bevoegd was om over die rekening en het saldo daarvan te beschikken.

De vrouw heeft, naar aangenomen mag worden, met de beste bedoelingen het volledige spaarvermogen belegd met dramatisch resultaat, omdat het volledige vermogen in rook is opgegaan.

Vrouw aansprakelijk?

‘Wie draait op voor dit verlies?’ was de vraag waarover het gerechtshof in Den Haag zich moest buigen. Kon de man zijn deel van het spaargeld € 180.250,- bij de vrouw claimen of bleef ook de man berooid achter? Deze vraag moest beantwoord worden in het kader van een lopende echtscheidingsprocedure.

Helaas pindakaas

Het gerechtshof heeft geconstateerd dat de vrouw niet het voornemen heeft gehad zichzelf te bevoordelen, doch een positief beleggingsresultaat met de man had willen delen. Het gerechtshof constateert daarom dat geen sprake is van onttrekking door de vrouw aan het vermogen van de man ten bate van haarzelf. Het hof overruled hiermee de eerdere uitspraak van de rechtbank die had overwogen dat de man door het onttrekken van het vermogen schade heeft geleden en de vrouw derhalve onrechtmatig jegens de man had gehandeld.

Doe een beroep op benadeling

De man heeft zijn vordering gebaseerd op onrechtmatig handelen van de vrouw jegens hem waardoor de man schade heeft geleden. Het hof wijst in haar uitspraak op het ontbreken van het doen van een beroep op benadeling door de man (ex artikel 1: 139 BW, het zogenaamde benadelingsartikel dat wordt ingezet indien er lichtvaardig schulden zijn gemaakt en onder meer te verrekenen goederen zijn verspild) waardoor de grondslag voor het toewijzen van enige schadevergoeding ontbreekt. Reden waarom het hof de eerder door de rechtbank gegeven beschikking heeft bekrachtigd en de vrouw niet gehouden is aan de man enige vergoeding te betalen. Wellicht dat de uitkomst van de procedure voor de man anders was geweest indien hij zich had beroepen op dit artikel 1: 139 BW. De enige juiste juridische grondslag indien er sprake kan zijn van lichtzinnig handelen van de vrouw en/of van verspilling van gelden.

© 2020 RWV