MENU

Kinderbeschermingsmaatregelen

Als de ontwikkeling van kinderen (geestelijk of lichamelijk) ernstig wordt bedreigd, kan de rechter jeugdbeschermingsmaatregelen opleggen. Hiermee kan de Staat ingrijpen in de situatie. De rechter kan bijvoorbeeld een ondertoezichtstelling uitspreken, waarbij een gezinsvoogd wordt aangesteld die toezicht zal houden op het kind in de thuissituatie.

Als dit niet mogelijk is en de ontwikkelingsbedreiging kan niet met een andere maatregel afgewend worden, kan de rechter besluiten tot een machtiging voor een uithuisplaatsing. In dat geval wordt het betreffende kind ondergebracht in een pleeggezin of in een residentiële instelling (een tehuis).

Ook kan de rechter op verzoek van een van de directe familieleden van het kind of op verzoek van het OM overgaan tot de ontheffing of de ontzetting uit ouderlijk gezag van een van de ouders (of beiden). De laatste twee maatregelen worden in de meeste gevallen gevolgd door het overdragen van het gezag aan een voogdijinstelling.

Als u te maken krijgt met kinderbeschermingsmaatregelen heeft dit grote impact op u als ouder, op uw kind(eren) en op uw gezin. Het is niet altijd zo dat een kinderbeschermingsmaatregel de juiste weg is. Als ouder kunt u tegen het verzoek tot het treffen van een kinderbeschermingsmaatregel verweer voeren. Ook kunt u in het kader van de uitvoering van een maatregel te maken krijgen met een conflict met de gezinsvoogd of de andere gezaghebbende ouder.

Wat kunnen wij voor u betekenen? 

Onze familierechtadvocaten zijn uitstekend in staat u te begeleiden bij het indienen van een verzoek tot het treffen van een kinderbeschermingsmaatregel, dan wel het voeren van verweer daartegen.

Ook kunnen wij u begeleiden en adviseren tijdens de duur van een maatregel, bijvoorbeeld als u een conflict krijgt met de gezinsvoogd/de andere gezagsouder of als u de maatregel eerder beëindigd wilt zien.

© 2020 RWV