MENU

Opleverschade bij faillissement boedelschuld of niet?
24-01-2013

Bij faillissementen neemt de verhuurder van vastgoed een bijzondere positie in, nu de huurpenningen na datum faillissement wettelijk worden aangemerkt als “boedelschuld”. Hier staat tegenover dat de curator van failliet de huurovereenkomst mag opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van slechts 3 maanden. Contractueel gelden veelal veel langere termijnen.

Wat is een boedelschuld?

Boedelschulden zijn schulden die voorrang krijgen op alle faillissementsschulden, zoals concurrente schulden en preferente belastingschulden en worden betaald uit de boedel van het faillissement. Boedelschulden worden vaak ook vergeleken met executiekosten. Uit een executieopbrengst worden eerst de executiekosten voldaan, voordat de netto opbrengst wordt verdeeld aan de beslagleggers. Nu in meer dan 90% van de faillissementen geen uitdeling volgt, is het belang om te worden aangemerkt als boedelschuldeiser erg groot.

Hoe ontstaan boedelschulden?

Boedelschulden ontstaan uit de wet of door “toedoen” van de curator.

Ontstaan uit de wet
De wet kan bepalen dat een bepaalde schuld kwalificeert als boedelschuld. Een voorbeeld is de in de inleiding genoemde huurschuld over de opzegperiode. De wetgever heeft hetzelfde geregeld voor het loon van een werknemer over de opzegperiode. 

Toedoencriterium
De Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege, heeft vanaf 1990 in een reeks arresten geoordeeld in welke gevallen door toedoen van een curator een boedelschuld ontstaat. De vaste lijn die volgt uit deze uitspraken is dat als de curator een rechtshandeling (toedoen) verricht in het belang van de boedel, de daaruit voortvloeiende schulden als boedelschuld kwalificeren.

Zuivere boedelschulden versus oneigenlijke boedelschulden
Zo zullen de verkoopkosten van een veiling door de curator, uit de faillissementboedel moeten worden betaald. Immers deze kosten worden in het belang van de boedel gemaakt om een opbrengst voor de faillissementsschuldeisers te realiseren. Deze kosten worden in de literatuur ook wel als zuivere boedelschulden aangemerkt. In de rechtspraak en literatuur is iedereen het er over eens dat dit boedelschulden zijn.

Discussies in rechtspraak en literatuur ontstaan als de curator een rechtshandeling verricht met betrekking tot een wettelijke regeling of overeenkomst die al bestond vóór de uitspaak van het faillissement, waardoor schulden ontstaan. Deze rechtshandeling strekt niet direct tot het realiseren van een opbrengst voor de boedel, maar de daaruit voortvloeiende “oneigenlijke boedelschulden” worden onder omstandigheden toch door de Hoge Raad als boedelschuld aangemerkt. In de literatuur is er kritiek op de koers van de Hoge Raad. De kritiek komt er vooral op neer dat deze schulden verband houden met feiten of overeenkomsten van vóór het faillissement en dat zij mede daaruit voortvloeien. De critici willen deze schulden dan ook als faillissementschulden kwalificeren.

Voorbeelden van oneigenlijke boedelschuld
Eerder kwalificeerde de Hoge Raad de navolgende schulden als (oneigenlijke) boedelschuld door toedoen van de curator in het belang van de boedel:

  1. Verplichting tot evenredige terugbetaling van een genoten fiscale investeringsfaciliteit, als gevolg van verkoop van activa (desinvestering) door de curator;

  2. Verplichting tot affinancieren van pensioenverplichtingen als gevolg van ontslag door de curator van personeel in het belang van de boedel (voorkomen van doorlopen loonverplichtingen);

  3. Schade van de verhuurder als gevolg van het niet ontruimen (kosten van ontruiming) van het gehuurde door de curator na opzegging van de huurovereenkomst in het belang van de boedel (voorkomen van doorlopen huurverplichtingen);

Circle Plastics
Voorbeeld 3 is bekend als het Circle Plastics arrest. Nu de huurpenningen na datum faillissement op grond van de wet kwalificeren als boedelschuld, had de curator er belang bij om het oplopen van deze schuld tegen te gaan. De curator had begrijpelijkerwijs de huurovereenkomst opgezegd. De curator verzuimde evenwel het met vervuild plastic bezaaide gehuurde te ontruimen. De Hoge Raad oordeelt dat de ontruimingsschade kwalificeert als boedelschuld, nu de verplichting tot ontruiming voortvloeit uit de huuropzegging van de curator in het belang van de boedel. Let wel, als de verhuurder de huurovereenkomst had opgezegd, was er geen “toedoen” van de curator geweest. Dan was het een gewone faillissementsschuld geweest. Er is dus ruimte voor tactisch handelen.

Lopende zaak bij de Hoge Raad

Ik procedeer nu voor een verhuurder tegen een curator over toekenning van opleverschade als boedelschuld. Als gevolg van de opzegging van de huurovereenkomst in het belang van de boedel, rust op de curator niet alleen de verplichting tot ontruiming (wat heeft plaatsgehad), maar ook de wettelijke en contractuele verplichting om het gehuurde in oorspronkelijke staat aan de verhuurder op te leveren. Nu bij oplevering schade is geconstateerd, heb ik namens de verhuurder aanspraak gemaakt op betaling daarvan als boedelschuld.

Kantonrechter Leiden
De kantonrechter heeft de vordering afgewezen omdat (kort gezegd) op een andere contractuele grondslag vóór faillissement al herstel van het gehuurde had kunnen worden gevorderd. Deze uitspraak is gepubliceerd in JOR 2012/63.

Cassatie
Van deze uitspraak heb ik voor de verhuurder “sprongcassatie” ingesteld. Nu het een fundamenteel rechtsoordeel betreft, is met de curator afgesproken dat wij het hoger beroep overslaan. Voor de rechtspraktijk is het een belangwekkende zaak.

Op 15 maart wordt arrest gewezen. Inmiddels heeft de Procureur Generaal al wel tot vernietiging van het vonnis van de kantonrechter geconcludeerd, omdat hij van mening is dat er wél sprake is van een boedelschuld. De vordering moet volgens hem worden beoordeeld op de grondslag van de eis, te weten de verplichting om op te leveren. De omstandigheid dat een andere (eerdere) vordering kon worden ingesteld, doet daaraan niet af als de wet daarin geen keuze voorschrijft.

Linksom of rechtsom is de uitkomst van deze procedure van groot belang voor de huurpraktijk en voor curatoren. Uiteraard bericht ik u over de uitkomst.

Meer informatie?

Heeft u vragen over dit onderwerp, neemt u gerust contact op met mij.

© 2021 RWV