MENU

Kan worden aanbesteed onder de drempelwaarde?

De Europese aanbestedingsregels gelden enkel boven de Europese drempelwaarden. De gedachte hierachter is dat ondernemingen geen interesse hebben in een opdracht met een beperkte waarde in een andere lidstaat. Onder de Europese drempelwaarden kan een aanbesteder echter ook gebonden zijn aan de aanbestedingsregels. In sommige gevallen is deze gebondenheid (vrijwel) gelijk aan de Europese aanbestedingsplicht, terwijl in andere gevallen de gebondenheid aan de aanbestedingsregels slechts zeer beperkt is. Hieronder de verschillende aanbestedingsverplichtingen.

Opdrachten voor werken

Het ARW 2016 is van toepassing op  opdrachten onder de drempelwaarde voor werken die door een aanbestedende dienst in de markt gezet worden. De regels in het ARW 2016 komen in zeer grote lijnen overeen met de Europese aanbestedingsregels. Opdrachten voor werken dienen in beginsel (niet-)openbaar te worden aanbesteed. De andere procedures mogen slechts worden toegepast als aan de daarvoor geldende voorwaarden is voldaan.

Het ARW 2016 is niet volledig bindend. Een aanbesteder mag namelijk van de voorschriften van het ARW afwijken mits hij dit motiveert. Daarbij zullen met name overwegingen van proportionaliteit een rol spelen. Zo zal het niet altijd proportioneel zijn om een (niet-)openbare procedure te hanteren. Aan die procedure zijn zowel voor de aanbestedende dienst als de inschrijvers aanzienlijke kosten verbonden. Bij opdrachten met een lage waarde is het proportioneel om niet een (niet-)openbare procedure te hanteren, maar in plaats daarvan de opdracht op een andere wijze in de markt te zetten.

Een duidelijk grensoverschrijdend belang

Bij opdrachten onder de drempelwaarden wordt vermoed dat ondernemingen uit andere lidstaten geen interesse hebben in de opdracht. Toch is het de verantwoordelijkheid van de aanbesteder om na te gaan of een opdracht objectief gezien de belangstelling kan wekken van ondernemingen uit andere lidstaten.. Daarbij dient de aanbesteder een evaluatie te maken van de individuele omstandigheden van het geval. Bij die evaluatie spelen onder meer de volgende elementen een rol:

  • De economische waarde van de opdracht. Des te hoger de waarde des te eerder een grensoverschrijdend belang wordt aangenomen;
  • De locatie van uitvoering van de opdracht. Bij locaties in grensstreken zal eerder een grensoverschrijdend belang worden aangenomen;
  • De ‘technische’ kenmerken van de opdracht. Zo zal bij opdrachten waarbij vereist is dat goed Nederlands wordt gesproken niet snel aangenomen worden dat er sprake is van een grensoverschrijdend belang.    

Bij opdrachten met een duidelijk grensoverschrijdend belang, moet een aanbesteder de algemene beginselen in acht nemen. Op grond van het transparantiebeginsel is de aanbesteder verplicht een passende mate van openbaarheid te betrachten. Op deze manier wordt  de markt voor mededinging  geopend en kunnen de aanbestedingsprocedures op onpartijdigheid worden getoetst. Naar mate het grensoverschrijdend belang toeneemt, zal een aanbesteder meer openbaarheid moeten betrachten. Bij een beperkt grensoverschrijdend belang kan het voldoende zijn om een opdracht vooraf bekend te maken via de website van de aanbesteder zelf. Bekendmaking via TenderNed is niet verplicht.

Vrijwillige aanbestedingen

Een aanbesteder kan er ook vrijwillig voor kiezen om een opdracht aan te besteden. Dat is het geval wanneer hij ervoor kiest om de opdracht aan te kondigen via TenderNed. Zodra een aanbesteder een opdracht aankondigt, is hij gebonden aan aanbestedingsbeginselen. De aanbesteder dient alle (potentiële) inschrijvers gelijk te behandelen. Daarnaast dient hij zowel vooraf als achteraf transparantie te betrachten. Ook dient de aanbesteder proportionaliteit in acht te nemen bij het stellen van de voorwaarden (geschiktheidseisen, gunningscriteria) en de te hanteren termijnen.

Ook als wordt gekozen voor een meervoudig onderhandse procedure, is een aanbesteder gebonden aan de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht. Een belangrijk verschil met de vrijwillige aanbesteding is dat bij de meervoudige onderhandse procedure enkel de inschrijvers en dus niet alle potentiële inschrijvers gelijk te hoeven worden behandeld. Een aanbesteder dient de ondernemingen die deelnemen aan de meervoudige onderhandse procedure op objectieve gronden te selecteren. Er zal al snel gesproken worden van een meervoudig onderhandse procedure, als een aanbesteder twee ondernemingen mee laat dingen naar de opdracht.

Is er ook in andere situaties een aanbestedingsplicht?

De wet bevat aanwijzingen voor de opvatting dat er onder omstandigheden, anders dan hiervoor genoemd, ook een verplichting kan zijn om een opdracht aan te besteden. Zo dient een aanbesteder op basis van objectieve criteria vast te stellen op welke wijze hij een opdracht in de markt zet. Voornoemde objectieve criteria worden in de Gids Proportionaliteit uiteengezet.

Ook zijn aanbestedende diensten gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het daaruit voortvloeiende fairplaybeginsel. Een aanbestedende dienst zou op basis van het fairplaybeginsel verplicht kunnen zijn om onderdrempelige opdrachten aan te besteden. Daarentegen staat in de wetsgeschiedenis dat er geen verplichting is om onderdrempelige opdrachten aan te besteden. Datzelfde lijkt te volgen uit de systematiek van de Aanbestedingswet. Het is dus niet volledig duidelijk of er een aanbestedingsverplichting bestaat voor onderdrempelige opdrachten.

© 2020 RWV