MENU
curator, faillissement, crediteur, debiteur, boedel, aandeelhouders

Curator wikkelt faillissement niet af, ondanks voldoende geld in de boedel om crediteuren te betalen. Mag dat?
22-05-2020

In de overgrote meerderheid van de faillissementen is te weinig geld beschikbaar om zelfs maar een kleine uitkering te doen aan de gewone handelscrediteuren (slechts 8%). Dit komt omdat de boedel bijvoorbeeld weinig activa bevat, alle activa verpand of verhypothekeerd zijn en het feit dat ook bij ‘kleine’ boedels toch kosten gemaakt moeten worden.

In een uitzonderlijk geval is er wel genoeg geld beschikbaar. Bijvoorbeeld omdat een stuk onroerend goed ineens toch verkocht kan worden of bijvoorbeeld als een stuk onroerend goed ineens een andere bestemming krijgt. Alle crediteuren kunnen worden betaald. Iedereen blij, zo zou u denken. Maar nee, als er genoeg geld beschikbaar is voor meer dan alleen de crediteuren, dan dient ook rekening te worden gehouden met belangen van partijen die dan aan de beurt komen, zoals aandeelhouders, zo oordeelt de rechtbank.

Casus: genoeg geld beschikbaar, maar uitkering aan crediteuren blijft uit

In een zaak voor de Rechtbank Gelderland speelde een dergelijk faillissement. Er was genoeg geld beschikbaar om alle schuldeisers te voldoen. De curator wenste echter niet over te gaan tot afwikkeling en opheffing van het faillissement. Hij stelt zich op het standpunt dat de afwikkeling moet worden voortgezet zodat aandeelhouders en/of partijen die een vordering hebben die niet geverifieerd kunnen worden mogelijk een deel van hun vordering zullen terugzien.

Een tweetal crediteuren stapt daarop naar de rechter-commissaris met het verzoek de curator te gelasten tot beëindiging van het faillissement over te gaan. Een rechter-commissaris houdt toezicht op faillissementen. Crediteuren kunnen naar de rechter-commissaris stappen om de curator te gelasten iets wel of iets niet te doen. Dit is een laagdrempelige procedure die een heel ander karakter heeft dan een ‘gewone’ procedure bij de rechtbank.

Rechter-commissaris: de twee crediteuren zijn niet ontvankelijk

De rechter-commissaris wijst het verzoek af vanwege twee formele redenen:

1. Een van de twee crediteuren is geen schuldeiser in het faillissement, maar aandeelhouder en bestuurder

2. De andere crediteur dient meer te voldoen aan de faillissementsboedel dan het bedrag waarvoor hij schuldeiser is.

Beide crediteuren gaan in beroep bij de rechtbank.  

Rechtbank: één crediteur is als aandeelhouder en bestuurder wel ontvankelijk

De eerste crediteur wordt door de rechtbank wel ontvankelijk in zijn verzoek geacht. De rechtbank stelt dat een crediteur een beroep kan doen op de rechter-commissaris. Bij een rechtspersoon wordt de crediteur vertegenwoordigd door haar bestuurder, waarmee deze partij ontvankelijk is. Dit mede omdat na afwikkeling van het faillissement en ontbinding van de vennootschap, de bestuurder de vereffenaar wordt. Hij dient dan als vereffenaar  de eventuele  resterende baten vanaf dat moment zelf te kunnen innen en te verdelen onder de aandeelhouders.

Rechtbank gaat inhoudelijk in op verzoek van de andere crediteur om faillissement af te wikkelen

De andere crediteur, de bestuurder, stelt dat het vergroten van het actief in de boedel geen enkel belang dient, nu het actief voldoende is om alle crediteuren en boedelkosten te betalen. De curator gaat nodeloos door met de debiteurenincasso terwijl de afwikkeling van het faillissement ten onrechte uitblijft. De curator kan ermee volstaan om de huidige baten te vereffenen.

De curator voert daartegen aan dat er nog diverse activabestanddelen te gelde kunnen worden gemaakt, waaronder de vorderingen op de bestuurder. De opbrengst van het actief kan, nadat alle schuldeisers zijn voldaan (inclusief de verschuldigde rente), mogelijk aan de aandeelhouders, waaronder de bestuurder, worden uitgekeerd. Daarom kan op dit moment nog niet tot een afwikkeling van het faillissement worden overgegaan en is een afwikkeling ook niet in het belang van de boedel, aldus de curator.

De rechtbank oordeelt: als er meer geld beschikbaar komt dan voor de crediteuren nodig is, dient ook rekening te worden gehouden met de aandeelhouders

De rechtbank overweegt ook wanneer de geverifieerde schulden tot een maximum van 100% kunnen worden betaald, geldt dat eventueel resterende baten ter beschikking van de failliet staan. In principe zal de failliet daaruit dan de niet geverifieerde schulden dienen te voldoen. Te denken valt aan rente die is verschenen na faillissementsdatum en aan andere niet verifieerbare schulden die ook geen boedelschuld zijn.

Daarbij geldt dat bij de ontbinding van een rechtspersoon door insolventie de curator ook rekening moet houden met de verdeling van een mogelijk saldo onder aandeelhouders en andere rechthebbenden. Als de concurrente vorderingen volledig kunnen worden voldaan en de rechtspersoon inmiddels is ontbonden, dient feitelijk ook uitdeling aan de aandeelhouders en andere rechthebbenden plaats te vinden, wanneer daarvoor nog middelen aanwezig zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de curator in het faillissement alle activa te gelde te maken, gelet op de belangen van:

  • de concurrente schuldeisers (rentevorderingen);
  • eventuele andere (niet verifieerbare) schuldeisers; en
  • de aandeelhouders na afwikkeling van het faillissement.

In deze zaak klemt dit te meer nu een van de aandeelhouders zijn schuld aan de vennootschap heeft voldaan, maar de andere aandeelhouders – waaronder de bestuurder – nog niet. Afwikkeling van het faillissement en daarmee het staken van het incasseren van voornoemde vorderingen leidt tot een selectieve inning van de debiteuren, hetgeen niet in het belang van de schuldeisers en (alle) aandeelhouders is.

De rechtbank ziet daarom geen aanleiding het verzoek van de bestuurder om de curator op te dragen over te gaan tot beëindiging van het faillissement.

Slim om faillissement nog niet af te wikkelen?

Het moge duidelijk zijn dat een voortzetting van de afwikkeling van een faillissement nadere kosten met zich meebrengt.

In een situatie als deze kan wel een moment ontstaan waarbij duidelijk is dat een snelle afwikkeling vanuit kostenoogpunt efficiënter is voor alle betrokkenen. Ik kan mij zo voorstellen dat daarin een omstandigheid wordt gevonden waarbij hieraan meer gewicht wordt gehangen.

Meer weten over afwikkeling van faillissementen?

Heeft u een vraag over een afwikkeling van een faillissement, neem gerust contact op met mij of een van de overige insolventierechtadvocaten van RWV.

© 2020 RWV