MENU

Afscherming varkensvleesmarkt is een illusie
10-10-2011

Bron: www.varkens.nl

Het mededingingsrecht en de varkenshouderij

Varkenshouders zijn onderworpen aan veel wetgeving, zoals bijvoorbeeld milieu- en ruimtelijke ordeningswetgeving, maar ook het mededingingsrecht. Het mededingingsrecht stelt grenzen aan het commerciële gedrag van ondernemingen en tevens aan het gedrag van overheden.

Het mededingingsrecht wordt voor varkenshouders steeds belangrijker. Er is immers politieke overeenstemming over het idee dat de landbouw niet buiten het mededingingsrecht (vooral kartelwetgeving) mag vallen. Hierdoor zijn er zowel juridisch als politiek weinig tot geen mogelijkheden meer voor vergaande Europese afscherming van de markt voor varkensvlees.

De belangrijkste Europese regels zijn het kartelverbod, het verbod op het misbruik maken van een economische machtspositie en de concentratiecontrole bij fusies en overnames.

De Nederlandse wetgever heeft bij de formulering van de Mededingingswet inhoudelijk aansluiting gezocht bij de Europese regels. Indirect hebben varkenshouders ook nog te maken met regelgeving die voortvloeit uit het internationaal handelsrecht. Deze regelgeving stelt vooral grenzen aan de mate waarin landen, maar ook de Europese Unie, haar markten mag beschermen.

Op verzoek van Varkens heeft mr. ing. Bob van der Veldt van RWV Advocaten enkele stellingen beoordeeld. Onderstaand een beknopte uitleg, kijk voor een uitgebreide uitleg op varkens.nl.: https://varkens.nl/ondernemen/mededingingsrecht-en-de-varkenshouderij

Slachterijen maken afspraken over het slachtvolume om zo te zorgen voor minder aanbod op de Europese markt

Deze afspraken tussen slachterijen zijn te kwalificeren als een kartelafspraak. Immers, de afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst of er is ten minste sprake van ‘onderling afgestemde feitelijke gedragingen’. Bovendien zijn de afspraken afzetbeperkend met een beperkte mededinging als gevolg. Andere afspraken die zondermeer niet mogen, zijn prijsafspraken en marktverdelingsafspraken. 

Een groep varkenshouders werkt nauw samen in de afzet van varkens naar slachterijen. Doel is om samen een sterkere onderhandelingspositie te bereiken

Deze vorm van horizontale samenwerking  is mogelijk onder de volgende drie voorwaarden. In de eerste plaats moet het gaan om overeenkomsten tussen ondernemers of coöperaties binnen één lidstaat. Daarnaast mogen de afspraken geen betrekking hebben op prijzen, maar slechts op de voortbrenging of verkoop van landbouwproducten of het gebruik van gemeenschappelijke installaties voor de opslag, behandeling of verwerking van die producten. Als laatste mogen de afspraken de mededinging niet uitsluiten en de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid niet in gevaar brengen.

Een groep supermarkten maakt samen afspraken om alleen vlees in de schappen te leggen dat is geproduceerd volgens de hoge maatschappelijke wensen

In deze situatie worden er juist horizontale afspraken gemaakt door een schakel (Nederlandse supermarkten) in de productiekolom die het eindproduct aan de consument verkoopt. De afspraken zijn concurrentiebeperkend en dus strijdig met het kartelverbod van de Mededingingswet. Er worden weliswaar geen afspraken gemaakt over de verkoop- of inkoopprijs of de verdeling van de markt, maar het gevolg van de afspraken is wel dat de consument in de betreffende supermarkten niet meer kan kiezen tussen varkensvlees uit het segment ‘kiloknaller’ of het segment ‘geproduceerd volgens hoge maatschappelijke wensen’. Daarnaast hebben deze afspraken tot gevolg dat de afzetmogelijkheden voor varkenshouders worden beperkt.

Varkenshouders, slachterij en retail maken samen afspraken over een minimumprijs voor varkensvlees in de winkel en margeverdeling binnen de sector

Door het afspreken van minimumprijzen maakt de gehele productiekolom zich schuldig aan de vorming van een prijskartel. Door dit kartel wordt mededinging op de markt teniet gedaan. Deze afspraken zijn dan ook zondermeer verboden.

Varkenshouders en slachterij maken samen afspraken over een minimumprijs voor varkensvlees

Bij deze variant maakt maar een deel van de productiekolom afspraken over een minimumprijs voor varkensvlees. Toch maakt dit in vergelijking met de vorige stelling over verticale samenwerking niets uit. Immers, door het afspreken van minimumprijzen maakt ook hier een deel van de productiekolom zich schuldig aan de vorming van een prijskartel.

De Europese markt wordt afgesloten voor goedkoop vlees uit andere delen van de wereld, tenzij het wordt geproduceerd onder dezelfde strenge milieu- en welzijnseisen als in Europa

Een dergelijke maatregel is strijdig met het in het internationale handelsrecht neergelegde discriminatieverbod van soortgelijke producten uit andere landen. Wel zijn beperkingen mogelijk op het gebied van de bescherming van de volksgezondheid en de diergezondheid.

Binnen Europa worden afspraken gemaakt over een totaal productievolume van varkensvlees (vgl. melkquotum), samen met maatregelen om de Europese markt af te schermen voor varkensvlees vanaf de wereldmarkt

Deze combinatie van marktordeningsmaatregelen kan juridisch niet door de beugel. De Europese wetgever kan in principe besluiten een quotumsysteem in te voeren voor varkensvlees. Het is echter vrijwel zeker dat de EU wordt aangesproken door de WTO. Het internationaal handelsrecht streeft er immers naar om quotumsystemen te minimaliseren. Quotering heeft bovendien alleen zin bij totale afscherming van de Europese markt, en dat is weer strijdig met het internationale handelsrecht. Ook politiek is deze maatregel niet haalbaar doordat de principes van een vrije markt politiek breed worden gedragen.

Agrarisch recht is specialistenwerk, daarom heeft RWV Advocaten advocaten die gespecialiseerd zijn in het agrarisch recht.  Regelmatig  krijgen zij te maken met mededingingsrechtelijke vragen vanuit de agrarische en voedingsmiddelensector.

© 2020 RWV