MENU

Huurbescherming op de helling?
09-02-2016

De vrij strakke regeling omtrent huurbescherming voor woonruimte gaat misschien toch op de helling. Minister Blok wil mogelijkheden scheppen om tijdelijke huurcontracten mogelijk te maken zonder dat na afloop van de overeengekomen termijn de huurder een beroep op huurbescherming kan doen. Dit om particulieren meer te bewegen hun woning te verhuren zonder lang aan de huurder vast te zitten.

Wetsvoorstel Doorstroming huurmarkt

Bij de Tweede Kamer is in december een wetsvoorstel ingediend genaamd “Doorstroming huurmarkt” dat momenteel daar aan de orde is. Het laatste woord is er nog niet over gezegd en natuurlijk zijn er diverse Kamerleden die amendementen aandragen. Echter de meerderheid in de Kamer schijnt vóór nieuwe tijdelijke contracten te zijn die voor twee jaar gelden met de mogelijkheid voor de huurders om die contracten toch tussentijds op te zeggen. Thans is het zo dat een huurovereenkomst die bijvoorbeeld voor een jaar wordt aangegaan niet zondermeer eindigt na afloop van de huurperiode. De verhuurder moet toch opzeggen en één van de in de wet genoemde opzeggingsgronden hanteren als de huurder zich op huurbescherming beroept. Daar gaat dus nu een einde aan komen. In discussie is nog de vraag of tijdelijke huurcontracten voor één of twee jaar moeten gelden. Worden huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd of langer dan één of twee jaar gesloten, dan gelden toch nog steeds de oude huurbeschermingsbepalingen.

Aanpakken scheef wonen

Tegelijkertijd wordt door de minister ook het zogenaamde scheef wonen aangepakt. Mensen met een inkomen boven de € 39.000,-- per jaar kunnen een extra huurverhoging voor hun kiezen krijgen van 4%. De minister hoopt daarmee de huurders te stimuleren uit te kijken naar een andere woning met een huur die beter past bij hun inkomen.

Huurcommissie controleert huurprijs

Verder onderdeel van het wetsvoorstel is de mogelijkheid om bij een nieuw gesloten huurovereenkomst de huurcommissie te vragen de hoogte van de overeengekomen huurprijs naar redelijkheid te controleren. Volgens de wet heeft de huurder daar nu gedurende zes maanden na ingang van de huurovereenkomst de gelegenheid voor, maar die periode wordt in het wetsvoorstel verlengd naar 18 maanden, dus een jaar langer. Verhuurders zullen niet blij zijn met deze nieuwe bepaling, want de overeengekomen huurprijs blijft voor hen een onzekere factor gedurende 18 maanden.

Meer informatie over huurbescherming?

Binnenkort zullen we weten wat de Tweede Kamer er definitief van vindt en daarna gaat het wetsvoorstel zoals gebruikelijk naar de Eerste Kamer om de discussie daar nog even dunnetjes over te doen. Wij blijven de ontwikkelingen over huurbescherming en huurovereenkomsten natuurlijk voor u volgen. Ondertussen al vragen? Neem gerust contact met mij op of met een van mijn vastgoedcollega’s. 

Oorspronkelijk auteur: Hans Hinnen (sinds 1 juli 2016 niet meer werkzaam bij RWV Advocaten)

© 2022 RWV