MENU

Bestuurders paardenvleesaffaire persoonlijk aansprakelijk voor faillissementstekort
10-10-2016

Op 16 april 2013 werd Vleesgroothandel Willy Selten B.V. failliet verklaard. Zeer recent heeft de rechtbank geoordeeld dat de bestuurders, waaronder Willy Selten, persoonlijk aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement van het failliete vleesverwerkingsbedrijf.

Deze veroordeling heeft verstrekkende gevolgen voor de bestuurders, nu de bestuurders maar liefst 1 miljoen euro (!) aan de curator moeten betalen. Dit bedrag kan zelfs nog verder oplopen als het tekort in het faillissement na verkoop van alle activa meer blijkt te zijn.

De paardenvleesaffaire

Begin 2013 is de paardenvleesaffaire landelijk bekend geworden. Het rundvlees dat door de vleesgroothandel werd verhandeld, was vermengd met paardenvlees. Op het etiket stond echter vermeld dat er sprake was van “100 % rundvlees”. Nadat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit na haar onderzoek constateerde dat er werkelijk sprake was van een rund- en paardenvlees mengsel, failleerde het vleesverwerkingsbedrijf.

Aansprakelijkstelling boedeltekort curator

De curator heeft de bestuurders van de vleesgroothandel aansprakelijk gesteld op grond van onbehoorlijk bestuur. De curator meent dat de bestuurders persoonlijk aansprakelijk moeten worden gehouden voor het boedeltekort, omdat de handelwijze van de bestuurders heeft geleid tot het faillissement.

De rechtbank volgt het verweer van de curator, omdat de bestuurders niet betwistten dat:

  • het ingekochte paardenvlees werd geadministreerd op een partijnummer van rundvlees;
  • het paardenvlees werd vermengd met rundvlees en;
  • op de etiketten niet werd vermeld dat het product paardenvlees bevatte.

Verweer bestuurder slaagt niet

De bestuurders voerden nog het verweer dat slechts sprake is van kleine “foutjes” in de administratie die onvoldoende zijn voor kennelijk onbehoorlijk bestuur en dat deze “foutjes” tijdens de audits van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en afnemers nooit eerder zijn opgemerkt.

De rechtbank verwerpt dit verweer en oordeelt dat de bestuurders zich, wat betreft het bewust verhullen van de vermenging van rundvlees en paardenvlees, niet achter de audits van anderen kunnen verschuilen. Zelfs niet als die anderen dit wellicht hadden kunnen ontdekken als zij de administratie waarin het ingekochte paardenvlees was geregistreerd als rundvlees, hadden vergeleken met de facturen voor de inkoop van het paardenvlees.

Kennelijk onbehoorlijk bestuur oorzaak faillissement

Volgens de rechtbank moet de paardenvleesaffaire worden aangemerkt als kennelijk onbehoorlijk bestuur, omdat de bestuurders de Europese voorschriften voor tracering en etikettering van levensmiddelen bewust hebben overtreden en de bestuurders hadden kunnen weten dat de gevolgen voor de onderneming bij ontdekking van deze handelwijze waarschijnlijk desastreus zouden zijn.

De rechtbank acht het aannemelijk dat de paardenvleesaffaire een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement van de vleesgroothandel. De vleesgroothandel kwam namelijk pas in de problemen op het moment dat de paardenvleesaffaire de media haalde en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit naar aanleiding van haar controle het vlees in beslag nam, waardoor de productie feitelijk werd stilgelegd. Uiteindelijk werd ook de vergunning van de vleesgroothandel om vlees te mogen produceren ingetrokken. Hierdoor kon de vleesgroothandel geen omzet meer genereren en ging zij failliet. De curator stelt zowel de directe bestuurder, als de indirecte bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement.

Voorkom bestuurdersaansprakelijkheid en laat u informeren

Als bestuurder van een onderneming dient u zich dus te realiseren dat aan bepaalde bestuursbesluiten grote risico’s verbonden kunnen zijn. Op het moment dat u bestuursbesluiten neemt die – net zoals in deze zaak – in strijd zijn met Europese of nationale wet- en regelgeving en het ingrijpen uiteindelijk een faillissement tot gevolg heeft, bestaat de kans dat uw bestuursbesluiten als een belangrijke oorzaak van het faillissement worden gezien en dat u aansprakelijk wordt gehouden voor het boedeltekort.

Vraagt u zich als bestuurder af of uw besluiten overeenstemmen met de wet- en regelgeving of heeft u andere vragen betreffende bestuurdersaansprakelijkheid? Neem gerust contact op met mij of met mijn insolventierechtcollega’s.

Oorspronkelijke auteur: Zoë van den Aardweg (niet langer werkzaam bij RWV Advocaten)

© 2021 RWV