MENU

Wat is een abnormaal lage inschrijving?
16-01-2017

Een van de doelen van de Aanbestedingswet is het creëren van zoveel mogelijk maatschappelijke waarde. Het ligt in de lijn van deze doelstelling om een opdracht tegen een zo goed mogelijke prijs / kwaliteitverhouding uit te laten voeren. Het gunnen van een opdracht tegen een lage prijs kan dus bijdragen aan het creëren van zoveel mogelijk maatschappelijke waarde. Toch is het niet altijd wenselijk om een aanbestedingsopdracht te gunnen aan een inschrijver die inschrijft met een abnormaal lage prijs. Er bestaat namelijk een aantal risico’s bij het gunnen van een opdracht tegen een abnormaal lage prijs.

Zo bestaat het risico dat een inschrijver gedurende de uitvoering van de opdracht probeert kosten te besparen. Daardoor neemt de kwaliteit af. Daarnaast is er ook een reële kans dat de inschrijver probeert aan te sturen op meerwerk. Ten slotte bestaat het gevaar dat een inschrijver failliet gaat gedurende de uitvoering van de opdracht. Om dergelijke gevaren in te perken heeft een aanbesteder de mogelijkheid gekregen om abnormaal lage inschrijvingen uit te sluiten.

Wanneer is een inschrijving abnormaal laag?

De door een inschrijver gehanteerde tarieven dienen lager te zijn dan gewoon laag. Het moet gaan om zodanig lage prijzen dat een aanbesteder redenen heeft om te vrezen dat een inschrijver tekort zal schieten in de nakoming van zijn verplichtingen. Er moet dus een reële vrees zijn dat een inschrijver toerekenbaar tekort zal schieten, doordat hij bijvoorbeeld aanstuurt op meerwerk of bespaart op kwaliteit.

Aan de hand van objectieve criteria wordt vastgesteld of er sprake is van een abnormaal lage inschrijving. Het hanteren van een methode waarbij de procentuele afwijking van de laagste inschrijving ten opzichte van de gemiddelde aangeboden prijs wordt berekend, is voldoende objectief. Vooraf kan echter niet worden gesteld bij welke procentuele afwijking wordt gesproken van een abnormaal lage prijs. Bij sommige opdrachten wordt een grotere spreiding verwacht dan bij andere opdrachten.

Wanneer mag een aanbesteder een lage inschrijving uitsluiten?

Een aanbesteder heeft de (discretionaire) bevoegdheid om een abnormaal lage inschrijving terzijde te leggen. Hij is het dus niet verplicht. Kiest een aanbesteder ervoor om gebruik te maken van deze bevoegdheid, dan dient hij de inschrijver eerst te verzoeken om een toelichting te geven op de voorgestelde prijs en/of kosten van de desbetreffende inschrijving (zie artikel 2.116 Aanbestedingswet). De inschrijver krijgt hierdoor de mogelijkheid om aan te tonen waarom hij in staat is de opdracht voor de aangeboden prijs uit te voeren.

De toelichting kan onder meer verband houden met de doelmatigheid van de bedrijfsuitoefening, de uitzonderlijk gunstige omstandigheden, waarvan de inschrijver bij de uitvoering van de opdracht kan profiteren, en informatie met betrekking tot het vervullen van de verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht. De aanbesteder kan de lage inschrijving kan alleen uitsluiten als hij de overgelegde informatie onvoldoende acht om aan te nemen dat de opdracht correct zal worden uitgevoerd.

Kort geding na onterechte uitsluiting

Een inschrijver die van mening is dat zijn inschrijving onterecht terzijde is gelegd, kan een kort geding starten. De bewijslast ligt bij de aanbesteder. De aanbesteder heeft ten tijde van de uitsluiting gesteld dat de inschrijving abnormaal laag is. Hij zal dan ook aannemelijk moeten maken dat de vrees voor een wanprestatie van de inschrijver gegrond is.

De bevoegdheid om een inschrijver uit te sluiten wegens een abnormaal lage inschrijving is geïntroduceerd om aanbesteders te beschermen. Een concurrent inschrijver kan geen kort geding starten als een abnormaal lage inschrijving niet ter zijde is gelegd, behalve als een aanbesteder in de aanbestedingsdocumenten heeft aangegeven abnormaal lage inschrijvingen terzijde te zullen leggen. In dat geval is het niet terzijde leggen van de abnormaal lage inschrijving in strijd met het gelijkheidsbeginsel en kan de concurrent inschrijver een kort geding starten.

Relevante jurisprudentie:

© 2021 RWV