MENU

Uitgebreide veredelingsvrijstelling een nieuwe stimulans?
17-05-2011

Onlangs verscheen van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (voorheen LNV) een analyse van de veredelingsvrijstelling in het octrooirecht. Deze analyse is een aanzet tot overleg met belangenorganisaties zoals Plantum en NIABA over de haalbaarheid van een uitgebreide veredelingsvrijstelling in het octrooirecht. Is deze vrijstelling een nieuwe stimulans voor de veredeling van gewassen?

Wat houdt de uitgebreide veredelingsvrijstelling in het octrooirecht in?

Om antwoord op die vraag te geven, leg ik eerst kort uit wat het octrooi- en kwekersrecht inhoudt.

  1. De houder van een octrooirecht kan optreden tegen iedere inbreuk en tegen ieder die zonder zijn toestemming commercieel gebruik maakt van zijn uitvinding.
  2. De houder van een kwekersrecht heeft het exclusieve recht om teeltmateriaal van het desbetreffend ras commercieel te vermeerderen en te verhandelen. Dit geldt ook voor:
    • afgeleide plantenrassen;
    • rassen die niet van het beschermde ras zijn te onderscheiden;
    • rassen waarvoor het beschermde ras bij voortbrenging wordt gebruikt.

    Anderen mogen zonder toestemming van de houder dus geen daarmee strijdige handelingen verrichten. Uitzondering hierop is de kwekers- en onderzoeksvrijstelling.

Huidige vrijstelling in het kwekersrecht

Deze vrijstelling geeft kort gezegd aan ieder het recht om nieuwe rassen met het ras waarop een kwekersrecht rust, nieuwe plantenrassen te ontdekken en te ontwikkelen.

Nieuw: uitgebreide veredelingsvrijstelling in octrooirecht

In discussie is nu een voorstel om een zogenaamde uitgebreide veredelingsvrijstelling  in het octrooirecht op te nemen, waarbij de kweker ook het recht krijgt om het door hem nieuw ontwikkelde ras commercieel te exploiteren, zelfs indien in dit nieuwe ras eigenschappen zijn verwerkt van geoctrooieerde rassen.

Wat zijn de gevolgen voor de kwekers, veredelaars en octrooihouders?

De Nederlandse kwekers en veredelaars, verenigd in Plantum, zijn wel voor invoering van een uitgebreide veredelingsvrijstelling, omdat zij dan met behulp van geoctrooieerde technieken sneller een nieuw ras kunnen ontwikkelen.
Het spreekt voor zich dat de octrooihouders daarentegen niet graag hun rechten ingeperkt zien, omdat die tot gevolg zullen hebben dat zij hun ontwikkelingskosten niet altijd meer kunnen terugverdienen.

Een ander belangrijk aspect is dat octrooirechten voor de houder een zeker vermogen vertegenwoordigen, waarmee bedrijfskredieten kunnen worden verkregen. Aantasting van de bestaande octrooirechten kan dus de houders financieel schaden. Het spreekt voor zich dat het dan ook moeilijker zal worden om investeerders voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld nieuwe plantenrassen te interesseren.

Kans van slagen

Algemeen wordt erkend dat de invoering van een dergelijke vrijstelling in de nationale wetgeving op dit moment, gelet op de Europese regelgeving, niet mogelijk is.

Wat als de vrijstelling alleen in Nederland gaat gelden?

Als alleen op nationaal niveau een vrijstellingsverruiming wordt ingevoerd, dan zal dat ook nadelige gevolgen kunnen hebben voor de import en export van plantmateriaal. Immers, buitenlandse octrooihouders zullen dan niet willen toestaan dat geoctrooieerd plantmateriaal in Nederland wordt ingevoerd, als dat tot gevolg heeft dat hun octrooirecht daardoor wordt aangetast.

Wat is de planning?

In de komende maanden gaat het ministerie in overleg met de belangenorganisaties, zoals Plantum en NIABA. Na de zomer zal dan de Tweede Kamer worden ingelicht over de uitkomst van dat overleg en over het in te nemen standpunt ten aanzien van de wenselijkheid en haalbaarheid van de verruiming van de veredelingsvrijstelling in het octrooirecht.

Wel mag al spoedig een wetswijziging in de Rijksoctrooiwet worden verwacht voor de invoering van een beperkte veredelingsvrijstelling, teneinde de kwekers de mogelijkheid te geven om in de fase van ontdekken en ontwikkelen van nieuwe plantenrassen, vrijelijk gebruik te kunnen maken van materiaal waarop een octrooirecht rust.

Oorspronkelijk auteur: mr. Folkert Boonstra (niet meer werkzaam bij RWV Advocaten)

© 2020 RWV