MENU

Update slapende dienstverbanden! Advies advocaat-generaal aan de Hoge Raad: werkgever verplicht slapend dienstverband te beëindigen
26-09-2019

De kantonrechter in Roermond heeft de Hoge Raad gevraagd zich te buigen over de vraag of u als werkgever verplicht kunt worden een slapend dienstverband te beëindigen. Ja! luidt het advies van de advocaat-generaal. Maar, er zijn uitzonderingen.

Slapend dienstverband om geen transitievergoeding te hoeven betalen

Sinds de inwerkingtreding van de WWZ, komt het regelmatig voor dat een werkgever de arbeidsovereenkomst van een werknemer die al twee jaar arbeidsongeschikt is niet beëindigt. De werknemer blijft dus in dienst, maar krijgt van de werkgever geen salaris meer. De reden voor het in dienst houden van de werknemer is vaak gelegen in het niet willen betalen van de transitievergoeding.

Hoewel minister Asscher het zogenaamde slapend in dienst houden van dienstverbanden als “onfatsoenlijk” betitelde, was de lijn in de lagere rechtspraak dat een werkgever niet verplicht kan worden een slapend dienstverband te beëindigen.

Wet compensatie transitievergoeding in het leven geroepen

De Wet compensatie transitievergoeding, die op 1 april 2020 in werking treedt, heeft deze discussie opnieuw doen aanwakkeren. Deze wet voorziet in een compensatieregeling voor u als werkgever als u na beëindiging van het dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, een transitievergoeding heeft betaald. Dit geldt ook voor een beëindiging met wederzijds goedvinden.

Kunt u als werkgever verplicht worden slapend dienstverband te beëindigen?

Sinds de totstandkoming van De Wet compensatie transitievergoeding, bestaat er in de rechtspraak verdeeldheid over de vraag of u als werkgever verplicht kunt worden een slapend dienstverband te beëindigen. En aldus een transitievergoeding aan uw werknemer moet betalen.

De Hoge Raad buigt zich er nu over

De kantonrechter in Roermond heeft op 10 april 2019 aan de Hoge Raad de vraag voorgelegd of u als werkgever gehouden bent akkoord te gaan met een redelijk voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden van uw werknemer, als dat in redelijkheid van u kan worden gevergd. Dit wordt ook wel de omgekeerde Stoof/Mammoet-benadering genoemd.

Wanneer die eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, is de volgende vraag of het bedoelde redelijke voorstel van de werknemer ook een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden kan behelzen?

Mochten de eerste twee vragen (gedeeltelijk) ontkennend worden beantwoord, dan dient de Hoge Raad zich over de vraag te buigen of u als werkgever onder omstandigheden op grond van het goed werkgeverschap toch gehouden bent akkoord te gaan met een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van uw werknemer.

Het advies van de advocaat-generaal aan de Hoge Raad

Op 18 september 2019 heeft de advocaat-generaal (A-G) aan de Hoge Raad een advies uitgebracht over bovenstaande vragen.

De eerste vraag heeft de A-G ontkennend beantwoord. Om verschillende redenen ziet de A-G een omgekeerde Stoof/Mammoet-benadering niet als oplossing voor de problematiek van de slapende dienstverbanden.

De A-G meent daarentegen wel dat u als werkgever op grond van het goed werkgeverschap gehouden bent om in te stemmen met een voorstel van uw werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden onder betaling van een bedrag ter hoogte van de transitievergoeding, indien is voldaan aan de vereisten voor een ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Op dit uitgangspunt dient volgens de A-G een uitzondering te worden gemaakt wanneer u als werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. De AG geeft aan dat daarbij gedacht kan worden aan:

  • het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer;
  • voor de periode tot de inwerkingtreding van de Wet compensatie transitievergoeding (per 1 april 2020): financiële problemen voor u als werkgever door het moeten voorfinancieren van de transitievergoeding;
  • het niet (geheel of gedeeltelijk) gecompenseerd zullen krijgen van de transitievergoeding. Ook de reden daarvoor is van belang. Ligt de reden voor het geheel of gedeeltelijk gecompenseerd krijgen van de transitievergoeding bijvoorbeeld in de risicosfeer van de werkgever of de werknemer?;
  • mogelijke andere belangen van u als werkgever bij het in dienst houden van uw werknemer, anders dan de enkele wens om de transitievergoeding niet te hoeven betalen.

Het laatste woord is nog niet gezegd! De bal ligt nu bij de Hoge Raad

De Hoge Raad dient het doorslaggevende antwoord te geven op de vraag of u als werkgever verplicht kunt worden een slapend dienstverband te beëindigen. Wordt vervolgd!

Meer weten over slapende dienstverbanden?

Neem gerust contact op met mij of een van de overige arbeidsrechtspecialisten of lees de eerder geschreven artikelen over de problematiek rondom slapende dienstverbanden.

Oorspronkelijke auteur: Steffie Schepers (niet langer werkzaam bij RWV Advocaten)

© 2021 RWV