Reorganisatie en afspiegelingsbeginsel: welke werknemers komen voor ontslag in aanmerking?
Inhoudsopgave
- A. Stel de bedrijfsvestiging waar de ontslagen vallen vast
- B. Stel de groepen uitwisselbare functies vast
- C. Personeelsbestand op peildatum vaststellen
- D. Kunnen de noodzakelijke ontslagen worden gerealiseerd door afscheid nemen van groepen 1 tot en met 4
- E. Maak afspiegelingsberekening per uitwisselbare functie
- Leeftijdsgroepen verdelen
- Ontslagen per leeftijdsgroep vaststellen
- Meer weten over het afspiegelingsbeginsel? Neem contact op
- Veel gestelde vragen over het afspiegelingsbeginsel
Als duidelijk is dat een bedrijfseconomische noodzaak aanwezig is om te reorganiseren, dan is de volgende stap om te bepalen welke werknemers voor ontslag in aanmerking komen. Je mag als werkgever niet zelf bepalen welke werknemers worden ontslagen en welke niet. De ontslagvolgorde wordt namelijk bepaald door het wettelijk voorgeschreven afspiegelingsbeginsel. Het afspiegelingsbeginsel leidt ertoe dat de leeftijdsopbouw binnen een functiegroep voor en na de reorganisatie zo veel mogelijk gelijk blijft. Het afspiegelingsbeginsel werkt als volgt.
A. Stel de bedrijfsvestiging waar de ontslagen vallen vast
Afspiegeling vindt plaats per onderneming of, als de onderneming uit meerdere bedrijfsvestigingen bestaat, per bedrijfsvestiging. Er is sprake van een bedrijfsvestiging als een onderdeel van de onderneming in de maatschappij als zelfstandige eenheid te herkennen is en een zelfstandige interne bedrijfsvoering heeft.
B. Stel de groepen uitwisselbare functies vast
Er moet worden afgespiegeld per groep uitwisselbare functies. Uitwisselbare functies zijn functies die naar inhoud, vereiste kennis, vaardigheden en competenties en de tijdelijke of structurele aard van de functie vergelijkbaar zijn. Bovendien zijn ze wat betreft werkniveau en beloningsniveau gelijkwaardig.
C. Personeelsbestand op peildatum vaststellen
Het is belangrijk om per groep uitwisselbare functies een overzicht te maken van alle werknemers (inclusief payrollwerknemers) die op de peildatum in die functiegroep werkzaam zijn. De peildatum is in principe het moment waarop je de ontslagaanvraag bij het UWV indient. Bij grotere reorganisaties kan het soms noodzakelijk en raadzaam zijn een alternatieve peildatum te hanteren. Deze alternatieve peildatum mag niet vóór het moment liggen waarop aan de werknemers is meegedeeld dat arbeidsplaatsen vervallen.
In het personeelsoverzicht dien je per werknemer aan te geven in welk van de volgende groepen de werknemer werkzaam is:
- Groep 1: Externe medewerkers: gedetacheerden, uitzendkrachten, zelfstandigen zonder personeel en ingeleende werknemers van een andere bedrijfsvestiging.
- Groep 2: Werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.
- Groep 3: Werknemers met een arbeidsovereenkomst waarin de omvang van de arbeid niet is vastgelegd (oproepkrachten met een nul-urencontract).
- Groep 4: Werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van wie het contract binnen ten hoogste 26 weken na de datum waarop op de ontslagaanvraag wordt beslist, eindigt.
- Groep 5: Werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd waarvan de looptijd van het contract meer dan 26 weken bedraagt, te rekenen vanaf de datum waarop op de ontslagaanvraag wordt beslist.
D. Kunnen de noodzakelijke ontslagen worden gerealiseerd door afscheid nemen van groepen 1 tot en met 4
Eerst dien je te bekijken of de noodzakelijke inkrimping kan worden bereikt door afscheid te nemen van achtereenvolgens de medewerkers/werknemers uit groep 1, 2, 3 en 4. Lukt dat niet, dan moet worden afgespiegeld met de werknemers uit groep 2, 3, 4 en 5 door stap E te volgen. Van de werknemers uit groep 1 wordt direct afscheid genomen.
E. Maak afspiegelingsberekening per uitwisselbare functie
Toepassing van het afspiegelingsbeginsel werkt als volgt.
Leeftijdsgroepen verdelen
Alle werknemers (inclusief payrollwerknemers) uit groep 2, 3, 4 en 5 die op de peildatum werkzaam zijn in de uitwisselbare functie moeten worden ingedeeld in de volgende vijf leeftijdsgroepen:
- de leeftijdsgroep van 15 tot en met 24 jaar;
- de leeftijdsgroep van 25 tot en met 34 jaar;
- de leeftijdsgroep van 35 tot en met 44 jaar;
- de leeftijdsgroep van 45 tot en met 54 jaar;
- de leeftijdsgroep 55 jaar en ouder.
Leeftijdsgroepen verdelen
Bij een groothandel werken 25 productiemedewerkers. Vanwege slechte financiële resultaten besluit de bestuurder dat er 14 productiemedewerkers ontslagen moeten worden. Alle 25 productiemedewerkers worden verdeeld over de vijf leeftijdsgroepen.

Ontslagen per leeftijdsgroep vaststellen
Heb je alle werknemers ingedeeld, dan kun je vaststellen hoeveel werknemers in iedere leeftijdsgroep voor ontslag in aanmerking dienen te komen. Dit kun je als volgt berekenen:
Per leeftijdsgroep dient het aantal werknemers in die groep te worden gedeeld door het totale aantal werknemers uit de groepen 2, 3, 4 en 5 werkzaam in de uitwisselbare functie. Die uitkomst dient vervolgens te worden vermenigvuldigd met het aantal werknemers waarmee de uitwisselbare functie dient in te krimpen.
In de regel levert deze berekening een uitkomst op van één of twee cijfers achter de komma (bijvoorbeeld 1,12). Omdat een werknemer niet ‘een beetje’ kan worden ontslagen, dient het naar beneden te worden afgerond. Het cijfer voor de komma geeft dan het aantal werknemers uit die leeftijdsgroep aan dat in elk geval voor ontslag in aanmerking komt. Bij 1,12 komt dan in ieder geval 1 werknemer uit die leeftijdsgroep voor ontslag in aanmerking.
Het kan voorkomen dat door het afronden het aantal werknemers dat moet worden ontslagen lager is dan het noodzakelijke aantal voor ontslag voor te dragen werknemers. In dat geval levert de leeftijdsgroep met het hoogste cijfer achter de komma de eerstvolgende werknemer die voor ontslag wordt voorgedragen. Dit gebeurt vervolgens met het daarna komende hoogste cijfer achter de komma totdat het totaal aantal voor ontslag voor te dragen werknemers is bereikt.
Ontslagen per leeftijdsgroep vaststellen
Nu alle 25 werknemers zijn ingedeeld, kan worden vastgesteld hoeveel werknemers in iedere leeftijdsgroep voor ontslag in aanmerking komen. Dit ziet er als volgt uit:

Op basis van de hele getallen voor de komma wordt de verdeling over de leeftijdsgroepen:

In dit voorbeeld zijn er drie voor ontslag voor te dragen werknemers te weinig berekend. De leeftijdsgroepen met de hoogste waarden na de komma leveren de extra voor ontslag voor te dragen werknemers op. Dit is leeftijdsgroep 25-34 jaar met waarde 92 na de komma, leeftijdsgroep 35-44 jaar met waarde 80 na de komma en leeftijdsgroep 45-54 jaar met waarde 80 na de komma. De verdeling over de leeftijdsgroepen ziet er uiteindelijk als volgt uit:

Per leeftijdsgroep vaststellen welke werknemer voor ontslag in aanmerking komt
Als duidelijk is hoeveel werknemers per leeftijdsgroep moeten worden ontslagen, dan moet per leeftijdsgroep worden gekeken welke werknemer(s) voor ontslag in aanmerking komen.
Je dient als werkgever daarbij eerst afscheid te nemen van de werknemers uit groep 2, 3 en 4. Als een leeftijdsgroep daardoor al voldoende heeft bijgedragen, hoeven geen andere werknemers uit die leeftijdsgroep voor ontslag te worden voorgedragen. Heeft een leeftijdsgroep nog niet voldoende bijgedragen, dan moet binnen de leeftijdsgroep worden beoordeeld welke werknemer uit groep 5 als eerste voor ontslag in aanmerking komt. Dit is de werknemer met het kortste dienstverband. Ofwel: last in, first out!
Wanneer hoeft het afspiegelingsbeginsel niet toegepast te worden?
Je hoeft het afspiegelingsbeginsel in één van de volgende drie situaties niet te gebruiken:
- Als een unieke functie komt te vervallen (dat is een functie die slechts door één werknemer wordt vervuld).
- Als het hele bedrijf/de hele bedrijfsvestiging gaat sluiten.
- Als een categorie uitwisselbare functies in zijn geheel komt te vervallen.
Afwijken van afspiegelingsbeginsel is bijna nooit mogelijk
In een beperkt aantal situaties kun je ten aanzien van bepaalde werknemers afwijken van het afspiegelingsbeginsel. Dit mag alleen als je aan minimaal één van deze voorwaarden voldoet:
- Een werknemer werkzaam is onder toezicht en leiding van een derde en vervanging niet van jou als werkgever kan worden verlangd.
- Een werknemer onmisbaar is. Als je een beroep wilt doen op het onmisbaarheidscriterium, dan dien je aan strikte voorwaarden te voldoen. Zo dien je aan te tonen dat de werknemer beschikt over bijzondere kennis en/of bekwaamheden waardoor zijn ontslag bezwaarlijk is voor het functioneren van de onderneming. In de praktijk wordt maar zelden met succes een beroep op het onmisbaarheidscriterium gedaan.
- Het gaat om een werknemer met een arbeidsbeperking.
Download het complete stappenplan reorganisatie
Naast het afspiegelingsbeginsel zijn er nog een aantal stappen in het reorganisatietraject. Wil je alle stappen overzichtelijk teruglezen, download dan vooral het volledige stappenplan reorganisatie.

Meer weten over het afspiegelingsbeginsel? Neem contact op
Heb je vragen over het afspiegelingsbeginsel, reorganisaties in het algemeen of staat er een reorganisatie op stapel? Neem dan gerust contact op met mij of een van de andere advocaten arbeidsrecht.
Veel gestelde vragen over
het afspiegelingsbeginsel
Wanneer moet je het afspiegelingsbeginsel toepassen bij een reorganisatie?
Je moet het afspiegelingsbeginsel toepassen bij een bedrijfseconomisch ontslag via het UWV als binnen een categorie uitwisselbare functies arbeidsplaatsen vervallen. Het beginsel bepaalt de ontslagvolgorde. Als alle arbeidsplaatsen binnen een categorie uitwisselbare functies komen te vervallen, is afspiegeling niet aan de orde.
Wat zijn uitwisselbare functies bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel?
Functies zijn uitwisselbaar als ze qua inhoud, vereiste kennis, vaardigheden en competenties vergelijkbaar zijn en gelijkwaardig zijn in niveau, beloning en de tijdelijke of structurele aard van de functie. Al deze factoren worden in onderlinge samenhang beoordeeld. Of functies uitwisselbaar zijn, kan worden beoordeeld door vergelijking van de functiebeschrijvingen en hetgeen de werkgever op grond daarvan van zijn werknemer kan verlangen. Bij de uitwisselbaarheid van functies komt het dus niet aan op de vraag hoe een individuele werknemer zijn functie feitelijk vervult. Uitgangspunt voor het vaststellen van de functie-inhoud is de functiebeschrijving, zo nodig aangevuld met aandachtsgebieden, nadere functie-eisen en ‘algemene’ planningsafspraken.
Hoe werkt de leeftijdsverdeling binnen het afspiegelingsbeginsel?
Werknemers worden per categorie uitwisselbare functies verdeeld in vijf leeftijdsgroepen (15–24, 25–34, 35–44, 45–54 en 55+). Het aantal ontslagen wordt evenredig over deze leeftijdsgroepen verdeeld, zodat de leeftijdsopbouw zoveel mogelijk gelijk blijft.
Hoe wordt bepaald wie binnen een leeftijdsgroep voor ontslag in aanmerking komt?
Nadat het aantal ontslagen per leeftijdsgroep is vastgesteld, geldt binnen iedere leeftijdsgroep het ‘last in, first out’-principe. Dat betekent dat de werknemer met het kortste dienstverband binnen de categorie uitwisselbare functies als eerste voor ontslag in aanmerking komt. Bij de berekening van de duur van het dienstverband moet je rekening houden met opvolgend werkgeverschap en de juiste peildatum.
Geldt het afspiegelingsbeginsel ook bij een gedeeltelijke reorganisatie?
Ja, in beginsel dient te worden afgespiegeld binnen het organisatorische onderdeel waar de arbeidsplaatsen vervallen. Het afspiegelingsbeginsel wordt toegepast per onderneming of per bedrijfsvestiging (als de onderneming uit meerdere bedrijfsvestigingen bestaat) en binnen een categorie uitwisselbare functies.
Mag je afwijken van het afspiegelingsbeginsel bij een reorganisatie?
Afwijken mag in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij onmisbare werknemers met specifieke kennis of bij werknemers met een zwakke arbeidsmarktpositie (zoals werknemers met een arbeidsbeperking). De afwijking moet goed onderbouwd worden richting het UWV.
Moet je tijdelijke werknemers meenemen bij het afspiegelen?
Ja, tijdelijke werknemers tellen in principe mee bij het afspiegelen, maar er zit een belangrijke volgorde in. Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen moet een werkgever eerst afscheid nemen van bepaalde andere arbeidskrachten (externen, AOW-gerechtigden en oproepkrachten) en werknemers met een tijdelijk contract dat binnen 26 weken afloopt. Pas daarna wordt afgespiegeld over de overige werknemers (werknemers met een onbepaalde tijd contract en werknemers met een tijdelijk contract waarvan de looptijd meer dan 26 weken bedraagt). Daarbij tellen werknemers met een tijdelijk contract dat nog langer dan 26 weken doorloopt dus wél mee in de afspiegeling, net als werknemers met een onbepaalde tijd contract.













