MENU
WBTR | Onbehoorlijk bestuur

Meer duidelijkheid vanaf 1 juli 2021 dankzij Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR)
29-06-2021

Eerder schreef ik al wat er door de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen gaat veranderen. Vanuit het vrijwilligersveld - ook ikzelf ben bestuurslid van een stichting die de belangen behartigt van enkele sportverenigingen - bereiken mij daarover vragen en vooral zorgen. De belangrijkste zorg ‘word ik vanaf 1 juli vogelvrij?’ wil ik direct wegnemen. Nee! Iedereen wordt in principe tegen dezelfde meetlat gelegd. Namelijk die van ‘kennelijk onbehoorlijk bestuurder’. Veruit de meeste goedwillende bestuurders/toezichthouders handelen naar mijn mening als redelijk denkende mensen.

Wanneer is sprake van onbehoorlijk bestuur?

U vraagt zich waarschijnlijk af wanneer duidelijk onverantwoord, roekeloos, verregaand onnadenkend of onbezonnen gehandeld wordt en er dus sprake is van onbehoorlijk bestuur? Denk bijvoorbeeld aan:

  • De bestuurder van een sportvereniging die tevens (horeca)leverancier is. Op het moment dat het bestuur besluit over het inkopen van of reclameren over leveranties verdient het de voorkeur om dáárover niet mee te beslissen. We hebben het alsdan over het zogenaamde tegenstrijdig belang.
    Vanaf 1 juli 2021 is in de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) vastgelegd dat zo’n bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming. Zelfs als de statuten dienaangaand niets, of iets anders bepalen.
  • De bestuurder of commissaris die op basis van de statuten méér stemrecht heeft dan zijn collega’s gezamenlijk en hen dus effectief altijd kan overstemmen.
  • De bestuurder die door malversaties (onrechtmatig gelden onttrekt aan de rechtspersoon of bewust aanstuurt op een faillissement) de rechtspersoon benadeelt.

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen 2021: grofweg 6 wijzigingen 

  1. Alle rechtspersonen kunnen een raad van commissarissen (RvC) instellen of een one-tier board. In zo’n board bestaat het bestuur uit uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders. De niet-uitvoerende bestuurders zijn belast met het houden van toezicht.
  2. Een bestuurder/commissaris mag niet meedoen aan de beraadslaging/besluitvorming als hij een persoonlijk belang heeft tegenstrijdig aan het belang van de rechtspersoon.
  3. Het vermoeden van bestuurdersaansprakelijkheid door onbehoorlijke taakvervulling in geval van faillissement geldt vanaf 1 juli 2021 ook voor stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen.
  4. De gronden voor ontslag van een bestuurder of commissaris van een stichting worden uitgebreid. De rechtbank kan ook dat ontslag uitspreken op grond van verwaarlozing van zijn taak, ingrijpende wijziging van omstandigheden of om andere gewichtige redenen.
  5. Een bestuurder/commissaris kan nooit méér stemmen uitbrengen dan de andere bestuursleden of commissarissen bij elkaar opgeteld.
  6. De statuten dienen een belet of ontstentenis-regeling in de statuten op te nemen, voor zowel bestuur als raad van commissarissen (RvC).

Overgangsrecht en directe werking Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen per 1 juli 2021

Hoewel de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) per 1 juli 2021 een onmiddellijke werking heeft, bevat het overgangsrecht voor enkele onderwerpen een nadere regeling:

  • Vanaf 1 juli 2021 kan geen beroep meer worden gedaan op afwijkende tegenstrijdig belangregelingen van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR). Die worden als niet geschreven beschouwd.
  • Als de huidige statuten geen regeling bevat omtrent belet of ontstentenis, dan moet die bij de eerstvolgende statutenwijziging worden opgenomen.
  • Bevatten de huidige statuten een regeling waarmee een bestuurder (commissaris) méér stemmen kan uitbrengen dan de anderen, dan is die regeling of nog vijf jaar geldig of moet bij de eerstvolgende statutenwijziging aangepast worden. 

Op stel en sprong statuten aanpassen door de komst van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen? 

Zoals hiervoor aangegeven, dienen statutaire bepalingen omtrent tegenstrijdig belang als niet geschreven te worden beschouwd, als ze in strijd zijn met de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR). Daarnaast blijkt dat u grofweg nog vijf jaar de tijd heeft. Of, en zo ja in hoeverre, u de statuten dient te aan te passen, is vooral afhankelijk van hoe een en ander nu in de statuten is geregeld. En zoals zo vaak, is het afhankelijk van het geval. Voor BV’s en NV’s geldt bijvoorbeeld het overgangsrecht niet! 

Vragen over de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR)?

Bent een bestuurder, toezichthouder of commissaris? En wilt u weten wat de consequenties voor u of de rechtspersoon zijn als de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen op 1 juli 2021 in werking treedt? Of vreest u dat er in de (nabije) toekomst discussie gaat ontstaan over de statuten? Leg de statuten gerust aan mij of een van ondernemingsrechtcollega’s voor. Wij adviseren u graag. 

© 2021 RWV