MENU

Ontslagrecht werknemer

Bent u werknemer of ambtenaar, dan vindt u hier de informatie die u nodig heeft als u met een (dreigend) ontslag wordt geconfronteerd. 

Een (dreigend) ontslag 

Wanneer uw werkgever aangeeft uw arbeidsovereenkomst te willen beëindigen, komen veel vragen op u af.

  • Kan dit zomaar?
  • Heb ik recht op een ontslagvergoeding?
  • Heb ik recht op een WW-uitkering?
  • Wat moet ik doen en wat moet ik laten? 

Wij geven antwoord op deze en andere vragen. 

Bent u ambtenaar, dan gelden voor u mogelijk afwijkende regels 

U bent ambtenaar als u op basis van een arbeidsovereenkomst of een aanstelling bij een overheidswerkgever werkt, of dat nu is bij de rijksoverheid, bij een gemeente, of bij bijvoorbeeld het UWV of het CBR. Voor ambtenaren gelden bijzondere regels, bijvoorbeeld voor het melden van nevenwerkzaamheden, en ter voorkoming van belangenverstrengeling. 

Per 1 januari 2020 is er veel veranderd door de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra). Voor de meeste ambtenaren is op die datum de eenzijdige aanstelling van rechtswege vervangen door een tweezijdige arbeidsovereenkomst. Voor die ambtenaren gelden nu de regels voor civielrechtelijke arbeidsovereenkomsten. Dat geldt dus ook voor het ontslagrecht. 

Enkele groepen ambtenaren hebben echter hun publiekrechtelijke rechtspositie behouden. Zij zijn uitgezonderd zijn van de Wnra. Of dat ook voor u geldt, leest u hier. Deze ambtenaren hebben op 1 januari 2020 hun aanstelling behouden en voor hen geldt ook na 1 januari 2020 het bestuursprocesrecht en het ontslagrecht voor ambtenaren met een aanstelling.

Ontslagrecht

Behoudens in bijzondere gevallen, zoals een ontslag op staande voet of een ontslag tijdens de proeftijd, heeft de werkgever toestemming nodig om de arbeidsovereenkomst te kunnen beëindigen. Hij heeft hiertoe 3 mogelijkheden:

  1. De werkgever dient een ontslagaanvraag in bij UWV of verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden;
  2. De werkgever vraagt u als  werknemer in te stemmen met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst door een beëindigingsovereenkomst te ondertekenen;
  3. De werkgever vraagt u als werknemer in te stemmen met opzegging door de werkgever 

Of uw werkgever het ontslagdossier aan het UWV of aan de kantonrechter voor moet leggen is afhankelijk van de ontslaggrond. Het is dus de ontslaggrond die de ontslagroute bepaalt. 

Voor een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid dient de werkgever het UWV toestemming te vragen. 

Voor een ontslag wegens andere gronden zal de werkgever bij de kantonrechter een ontbindingsverzoek moeten indienen. Die overige gronden zijn:

  • Veelvuldig ziekteverzuim (te onderscheiden van langdurig ziekteverzuim);
  • Disfunctioneren;
  • Verwijtbaar gedrag van u als werknemer;
  • Werkweigering door u als werknemer wegens gewetensbezwaar;
  • Verstoorde arbeidsverhouding;
  • Andere omstandigheden. Dit betreft geen algemene restgrond. Het moet gaan om een reden voor ontslag die nadrukkelijk niet valt terug te voeren op de hiervoor genoemde gronden. Voorbeelden zijn detentie of – onder omstandigheden - het ontbreken van een vereiste tewerkstellingsvergunning;
  • Een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de hierboven genoemde gronden, die zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dit wordt ook wel de cumulatiegrond genoemd. Gedacht kan worden aan een combinatie van (gedeeltelijk) disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding. 

Wilt u als  werknemer zelf het dienstverband laten beëindigen anders dan door opzegging, dan kunt u in alle gevallen bij de kantonrechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst indienen. Voor ontbinding op uw verzoek is vereist dat sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.   

Ontslagprocedure UWV

Uw werkgever kan het UWV schriftelijk om toestemming vragen de arbeidsovereenkomst met u of meerdere werknemers te mogen beëindigen wegens bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid. Het UWV zal, nadat zij alle benodigde informatie van uw werkgever heeft ontvangen, aan u als werknemer een kopie van de ontslagaanvraag toesturen en u in de gelegenheid stellen op de ontslagaanvraag te reageren. Uw verweerschrift moet schriftelijk bij het UWV worden ingediend. U kunt dit zelf doen, maar het is verstandig om u bij te laten staan  door een juridisch adviseur (advocaat of jurist). 

Afhankelijk van uw verweer bepaalt het UWV:

  • of een beslissing op de ontslagaanvraag kan worden genomen;
  • of dat u en uw werkgever nog op elkaars standpunten mogen reageren. 

Uiteindelijk zal het UWV beslissen of de gevraagde ontslagvergunning wordt verleend. Alleen indien toestemming wordt verleend, kan uw werkgever de arbeidsovereenkomst met u opzeggen. Daarbij moet uw werkgever wel de geldende opzegtermijn in acht nemen, maar daar mag de duur van de procedure bij het UWV weer vanaf worden getrokken mits ten minste een maand opzegtermijn resteert.

Als een ontslagaanvraag bij het UWV wordt afgewezen, dan kan alsnog bij de kantonrechter om ontbinding worden verzocht. Tegen de dan volgende uitspraak van de kantonrechter kan eventueel hoger beroep en cassatie worden ingesteld. 

Wordt een ontslagaanvraag bij het UWV toegewezen en zegt uw werkgever uw arbeidsovereenkomst op, dan kunt u als werknemer de rechter verzoeken uw werkgever te veroordelen tot het herstellen van de arbeidsovereenkomst. U kunt er ook voor kiezen de rechter te verzoeken om u een (aanvullende) billijke vergoeding toe te kennen wanneer sprake is van ‘ernstig verwijtbaar handelen of nalaten’ van uw werkgever.  

Kantonrechter 

De procedure bij de kantonrechter begint met het indienen van een schriftelijke ontslagaanvraag, het zogenaamde ontbindingsverzoekschrift. Na ontvangst van het ontbindingsverzoekschrift bepaalt de kantonrechter een datum waarop het ontbindingsverzoek ter zitting zal worden behandeld en worden u en uw werkgever uitgenodigd op de zitting te verschijnen. U wordt in de gelegenheid gesteld uw schriftelijke reactie, het zogenaamde verweerschrift, vóór de zittingsdatum bij het kantongerecht in te dienen. Het verweerschrift moet in beginsel tien dagen voor de zittingsdatum worden ingediend. U kunt dit zelf doen, maar het is verstandig om u bij te laten staan door een juridisch adviseur (advocaat of jurist). Tijdens de zitting krijgen u en uw werkgever de gelegenheid een toelichting te geven en te reageren op elkaars standpunten. Blijkt het tijdens de zitting niet mogelijk een minnelijke regeling te treffen, dan zal de kantonrechter in principe binnen een tijdsbestek van vier weken een uitspraak doen. 

Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, dan bepaalt hij op welke datum de arbeidsovereenkomst eindigt. Uitgangspunt daarbij is dat wordt ontbonden met inachtneming van de geldende opzegtermijn, gerekend vanaf de datum van de uitspraak, maar de duur van de procedure strekt in mindering op de duur van de opzegtermijn mits ten minste een maand opzegtermijn resteert. Bij ontbinding hoeft uw werkgever geen opzeghandeling meer te verrichten. 

Ook kan de kantonrechter aangeven of aan u een ontslagvergoeding toekomt en wat de hoogte is van deze vergoeding. De kantonrechter is daartoe echter niet verplicht.  

Het recht op betaling van de transitievergoeding is in de wet vastgelegd. De transitievergoeding hoeft dus niet door de rechter te worden toegekend. Wel kan de rechter op verzoek van uw werkgever vaststellen dat aan u geen transitievergoeding betaald hoeft te worden in het geval de rechter oordeelt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van u als werknemer.  

Op uw verzoek kan de kantonrechter bepalen of door uw werkgever mogelijk (ook) een (aanvullende) billijke vergoeding moet worden betaald wanneer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ‘ernstig verwijtbaar handelen of nalaten’ van uw werkgever. Het is aan de rechter om de hoogte van deze aanvullende “billijke vergoeding” te bepalen.  

Is er sprake van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder dat daarin de mogelijkheid van tussentijdse opzegging is vastgelegd, dan kan de kantonrechter (ook) een vergoeding toekennen tot ten hoogste het loon over de resterende duur van het dienstverband.  

Wijst de kantonrechter het ontbindingsverzoek af, dan blijft de arbeidsovereenkomst voortbestaan. 

Tegen een door de kantonrechter gewezen ontbindingsbeschikking kan hoger beroep en daarna eventueel ook cassatie worden ingesteld.  

Transitievergoeding

De transitievergoeding is verschuldigd ongeacht de door uw werkgever gevolgde ontslagroute.  

Alle werknemers die onvrijwillig uit dienst treden, hebben recht op een transitievergoeding, tenzij het beëindigen of niet voortzetten van de overeenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar gedrag van u als werknemer. Ook als het dienstverband maar een maand of zelfs maar een week heeft geduurd, heeft u als werknemer recht op de transitievergoeding, mits het initiatief voor het ontslag bij de werkgever ligt. 

Het recht op betaling van de transitievergoeding is in de wet vastgelegd. De transitievergoeding hoeft dus niet door de rechter te worden toegekend. Wel kan de rechter in een procedure op verzoek van de werkgever vaststellen dat geen transitievergoeding betaald hoeft te worden in het geval de rechter oordeelt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van u als werknemer.  

Wanneer uw werkgever de transitievergoeding niet betaalt, dan moet u als werknemer binnen drie maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst een procedure te starten.  

De transitievergoeding bedraagt 1/3 maandsalaris per dienstjaar, waarbij de transitievergoeding naar rato wordt berekend over een gedeelte van een dienstjaar. De transitievergoeding kent een maximum van € 81.000,- bruto of, als dat meer is, één jaarsalaris. 

Is er sprake van opvolgend werkgeverschap, dan tellen ook de dienstjaren bij eerdere werkgevers mee. 

Met ingang van 1 januari 2020 is de overgangsregeling voor oudere werknemers vervallen. Op grond van deze regeling hadden werknemers van 50 jaar en ouder die langer dan tien jaar in dienst zijn geweest, aanspraak op een hogere transitievergoeding. Sinds 1 januari 2020 is de wijze van berekening echter voor iedereen gelijk en gelden er geen uitzonderingsregelingen meer.

Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om tijdens het dienstverband gemaakte kosten af te trekken van de transitievergoeding. Het moet dan gaan om kosten gericht op het voorkomen van werkloosheid (zoals outplacement) of kosten die hebben bijgedragen in het bevorderen van de brede inzetbaarheid van u als werknemer. Aan de aftrek van kosten zijn echter strikte voorwaarden gesteld, waaronder de schriftelijke instemming van u als werknemer. Die laatste voorwaarde geldt niet wanneer de cao partijen hier afspraken over hebben gemaakt. 

Beëindigingsovereenkomst 

Het is mogelijk de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Daartoe is vereist dat een schriftelijke beëindigingsovereenkomst wordt gesloten. Indien u met een beëindigingsvoorstel akkoord gaat door ondertekening van een beëindigingsovereenkomst, dan hoeft dit geen gevolgen te hebben voor uw aanspraak op een WW-uitkering. De overeengekomen beëindigingsregeling moet dan echter wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

In de overeenkomst moet onder meer staan:

  • op welke datum de arbeidsovereenkomst eindigt;
  • om welke reden;
  • dat het initiatief van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de werkgever is uitgegaan. 

Als u van uw werkgever een vaststellings- of beëindigingsovereenkomst heeft ontvangen, is het verstandig deze door een juridisch deskundige te laten beoordelen. Onze specialisten doen dit graag voor u tegen betaalbare tarieven!  

U heeft als werknemer het recht om een gesloten beëindigingsovereenkomst binnen veertien dagen na ondertekening van de overeenkomst, weer te ontbinden. Als werknemer heeft u met andere woorden, een “bedenktijd” van veertien dagen.  

Ontbreekt in de beëindigingsovereenkomst de vermelding van die bedenktijd, dan wordt deze bedenktijd automatisch verlengd tot drie weken. Dit recht op bedenktijd kan niet worden uitgesloten of beperkt.     

Opzegging met instemming

Stemt u als werknemer in met de opzegging dan hoeft er geen procedure bij het UWV of de kantonrechter te worden gevoerd. Heeft u ingestemd met de opzegging, dan heeft u het recht om deze instemming binnen veertien dagen te herroepen. In dat geval blijft u in dienst. Uw werkgever is niet verplicht u om instemming te vragen. 

Stemt u als werknemer in met de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, dan leidt dit niet tot verwijtbare werkloosheid. Het initiatief tot beëindiging van het dienstverband komt immers van werkgeverskant. Ook in dat geval houdt u als werknemer recht op een WW-uitkering, mits er geen sprake is van een dringende reden voor opzegging.   

Wat te doen en te laten? 

Een ontslagaanzegging is vaak een emotionele gebeurtenis waar u als werknemer op een onverwacht moment mee wordt geconfronteerd. Het is daarom moeilijk tijdens het gesprek alle door de werkgever verstrekte informatie goed tot u te nemen. Vraag daarom altijd om een schriftelijke bevestiging van het gesprek. 

Legt u zich in geen geval direct neer bij het ontslag, maar vraag altijd een redelijke termijn om over de ontstane situatie na te denken en juridisch advies in te winnen. 

Met de ontslagaanzegging eindigt de arbeidsovereenkomst niet. Dit betekent dat u ook na de ontslagaanzegging uw werkzaamheden moet blijven verrichten, tenzij u door uw werkgever wordt vrijgesteld van deze verplichting of op non-actief wordt gesteld. Bestaat hier onduidelijkheid over, stelt u zich dan schriftelijk beschikbaar uw werkzaamheden op eerste afroep te verrichten. 

© 2020 RWV